Sánchez verliest eerste vertrouwensstemming in Spaans parlement
Sánchez met vice-premier Calvo aan zijn zijde. Foto: AP
De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft de eerste stemming in het parlement over zijn herverkiezing duidelijk verloren. Dinsdag stemden 170 parlementsleden tegen de 47-jarige premier, en slechts 124 voor. Tweeënvijftig parlementsleden onthielden zich en vier waren afwezig. In de eerste stemronde had de socialistische regeringsleider een absolute meerderheid van 176 stemmen nodig, die hij dus niet kreeg.

Volgens de grondwet moet nu binnen 48 uur, donderdag dus, een tweede stemronde worden gehouden. Dan volstaat een gewone meerderheid. Toch is het nog lang niet zeker dat de premier de nodige steun van andere groepen zal krijgen, vooral dan van de linkse alliantie Unidas Podemos (UP). Bij de lopende onderhandelingen over de vorming van een coalitie was er dinsdag nog geen akkoord met UP.

Haalt Sánchez het donderdag weer niet, dan begint de countdown: als de vierde economie van de eurozone binnen twee maanden na de parlementaire stemming geen nieuwe regering heeft, dan moet koning Felipe VI voor 24 september nieuwe verkiezingen uitschrijven.

De sociaaldemocratische partij PSOE heeft de parlementsverkiezingen van 28 april dan wel gewonnen, maar de volstrekte meerderheid verloren. Voor de herverkiezing van Sánchez wringt het schoentje sinds weken bij de onderhandelingen met Unidas Podemos. Om in de tweede ronde herverkozen te worden, heeft hij de steun van deze partij nodig. PSOE en UP komen samen uit op 167 stemmen. Dinsdag onthield UP zich bij de stemming. Partijleider Pablo Iglesias eist minstens vier ministerposten in ruil voor steun.

Spanje stevent dit jaar af op een economische groei van 2,3 procent, maar nog niet iedereen heeft van die heropleving geprofiteerd. Een regering met Podemos aan boord zal proberen om rechtstreekse voordelen toe te kennen aan de bevolkingsgroepen die in de kou zijn blijven staan. De werkloosheid schommelt rond de 14 procent, maar is bij de Spaanse jeugd dubbel zo hoog. In grote steden als Madrid en Barcelona bestaat groot ongenoegen over torenhoge huurprijzen, straatcriminaliteit en massatoerisme, terwijl de aanslepende Catalaanse kwestie een schaduw blijft werpen op de Spaanse nationale politiek.