Minstens 43 doden bij ‘grootste bloedbad sinds start offensief’ in Syrië
Een slachtoffer van het bombardement op de stad Maaret al-Numann wordt geholpen. Foto: AFP

Bij luchtaanvallen in de noordwestelijke Syrische provincie Idlib zijn minstens 43 mensen om het leven gekomen. Dat meldt het in Londen gevestigde Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten. Russische gevechtsvliegtuigen zouden onder meer een markt in de stad Maaret al-Numann hebben gebombardeerd. Rusland ontkent echter elke betrokkenheid.

Volgens het observatorium raakten ook 105 mensen gewond in Maaret al-Numann, terwijl nog andere slachtoffers onder het puin liggen. Het gaat om ‘het grootste bloedbad sinds het begin van het offensief in april’, aldus de mensenrechtenorganisatie.

Volgens het observatorium zit Rusland, een bondgenoot van de Syrische dictator Bashar al-Assad, achter de aanvallen. In een verklaring zegt het Russische ministerie van Defensie echter dat de Russische luchtmacht ‘geen dergelijke missie heeft uitgevoerd in dit deel van de Syrische Arabische Republiek’.

Eind april heeft al-Assad, met Russische luchtsteun, het offensief op rebellen in de provincies Hama en Idlib opgevoerd. Die twee provincies zijn de enige nog overgebleven bolwerken van de jihadistische en andere rebellen in het land. In dat offensief zijn al meer dan 2.500 doden gevallen, onder wie 700 burgers, meldt het Observatorium op basis van zijn bronnen in het land. Volgens de VN heeft het offensief meer dan 300.000 mensen op de vlucht gejaagd.