Gibraltar laat officieren van Iraanse supertanker vrij op borg
De Grace 1 voor de kust van Gibraltar. Foto: AFP

De politie van Gibraltar heeft de kapitein en drie officieren van de Grace 1, de supertanker die in de nacht van 4 op 5 juli werd onderschept, vrijgelaten op borgtocht. De entering van het schip zorgt voor spanning in het Midden-Oosten.

De kapitein en de drie hogere officieren van de in Gibraltar vastgehouden Iraanse tanker werken goed mee met het onderzoek, meldt de lokale krant Gibraltar Chronicle. Er zouden nog geen formele aanklachten tegen hen zijn. De vier hebben allemaal de Indiase nationaliteit en krijgen een advocaat en ook consulaire bijstand.

De officieren worden ervan verdacht dat ze van plan waren olie te leveren aan Syrië. Dat zou een schending zijn van Europese sancties. Vrijdag bevestigde Fabian Picardo, het hoofd van de regering van Gibraltar, dat het schip 2,1 miljoen vaten ruwe olie aan boord heeft.

Iraanse claim

De olietanker Grace 1 blijft ondertussen gewoon aan de ketting. Het Hooggerechtshof in Gibraltar vonniste dat het schip al zeker tot 21 juli niet mag uitvaren.

De autoriteiten in Gibraltar en de Britse Royal Navy hielden de supertanker, die onder Panamese vlag vaart, in de nacht van 4 op 5 juli tegen. Officieel had het schip olie uit Irak aan boord. Maar slechts luttele uren na de inbeslagname werd in de Iraanse hoofdstad Teheran de Britse ambassadeur op het matje geroepen en werd zowel de olie als het schip geclaimd als eigendom van Iran.

Teheran ontkent de beschuldigingen en spreekt van ‘piraterij’. Als represaille bedreigt het land nu Britse tankers.

Regeringsleider Picardo benadrukte vrijdag ook nog dat de inbeslagname van de tanker niet op vraag van een ander land was gebeurd. Nadat het schip was geënterd, liet de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, Josep Borrel, zich namelijk ontvallen dat de inbeslagname er was gekomen ‘op verzoek van de Verenigde Staten’. De entering werd dan ook gezien in het kader van de crisis tussen Iran – met lokale bondgenoten in Syrië, Libanon, Irak en Jemen – en een coalitie rond vooral de VS, Israël en Saudi-Arabië.