Dat de PS elk gesprek met de N-VA blijft weigeren, vindt Vlaams Parlementsvoorzitter Kris Van Dijck (N-VA) 'een politiek zwaktebod'. Hij herinnert aan de solidariteit van Vlaanderen met Wallonië en vindt dat daar iets voor in de plaats mag staan. Van Dijck bood voor een afgeladen volle zaal nogmaals zijn excuses aan voor het incident vorige week.

‘Ik besef ten volle mijn nietigheid, maar ik besef ook mijn verantwoordelijkheid. Daar wil ik het vandaag over hebben. Elk individu heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van zijn medemens, dichtbij of veraf’, begon Vlaams Parlementsvoorzitter Kris Van Dijck (N-VA)  zijn 11 juli-toespraak vanochtend in het Brusselse stadhuis.

Van Dijck verwees vervolgens expliciet naar het auto-ongeval dat hij in dronken toestand veroorzaakte. 'Ik zal daarvoor boeten', zei hij over het incident. 'Mijn politiek handelen zal daar in de toekomst ook op gericht zijn. Wie ijvert voor veilig verkeer, zal in mij een bondgenoot vinden.'

Minder koopkracht in Wallonië

De Vlaams Parlementsvoorzitter nam in zijn toespraak een lange aanloop, via de onthoofding van de graven Egmont en Hoorn op de Grote Markt van Brussel in 1568, om tot de essentie van zijn betoog te komen. Hij maakte zich sterk voor een politiek 'voor wat, hoort wat'. Vlaanderen staat economisch sterker dan Wallonië en heeft daarom volgens Van Dijck 'de verantwoordelijkheid om de welvaart en het welzijn van het hele land als een hoofdbekommernis te beschouwen'.

'Maar', voegde hij eraan toe, 'heeft Vlaanderen niet de plicht én het recht om te wijzen op de realiteit van de cijfers? De koopkracht van de Vlaming bedraagt 120 procent van het EU-gemiddelde. Die van onze Waalse landgenoten 84. Dat is ongetwijfeld een gevolg van specifieke economische en sociale omstandigheden in het andere landsgedeelte. Daarom zijn wij aan onze naaste buren, binnen ons eigen land, solidariteit verplicht. In ruil voor die solidariteit mag de ene partner aan de andere politieke verantwoordelijkheid en respect vragen.'

Die politieke verantwoordelijkheid ziet de Vlaamse parlementsvoorzitter op meerdere niveaus. Zo vraagt hij Wallonië om zich eindelijk te schikken naar de afspraken over de Riziv-nummers voor artsen. Nu studeren aan Franstalige kant nog altijd te veel artsen af. Dat is al geruime tijd een doorn in het Vlaamse oog. 

Oproep tot dialoog 

Maar belangrijker was zijn oproep tot dialoog, vooral gericht aan de PS, de grootste partij aan Franstalige kant. 'Openhartig en onbevangen overleg aangaan is ook een vorm van verantwoordelijkheid. De weigering om te spreken met de andere taalgemeenschap of met haar grootste politieke vertegenwoordiging is een contraproductief zwaktebod. Door niet te praten zijn nooit, nooit problemen opgelost.'

Het is weinig waarschijnlijk dat de PS snel zal ingaan op die oproep van de N-VA, die ook al door Theo Francken werd gedaan. Zo lang de N-VA blijft onderhandelen met Vlaams Belang en blijft vasthouden aan het confederalisme - Vlaams minister-president Liesbeth Homans riep gisteren in haar speech op om artikel 35 van de Grondwet te activeren - lijkt een gesprek tussen de PS en de N-VA uitgesloten.