België veroordeeld wegens niet-uitlevering Spaanse moordverdachte
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Foto: AFP

België moet een schadevergoeding betalen aan de vijf kinderen van een Spaanse legerkolonel die in 1981 vermoord werd bij een ETA-aanslag. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dinsdag beslist in een nieuw arrest.

De Belgische justitie weigert namelijk een van de verdachten van de moord, de in ons land wonende Maria N., aan Spanje uit te leveren omdat de vrouw daar het risico zou lopen op foltering of een onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Volgens het Mensenrechtenhof heeft België te weinig onderzoek gedaan naar het reële risico dat de vrouw in Spanje loopt.

Over de zaak vloeide de afgelopen jaren al heel wat inkt. Maria N. werd in oktober 2013 in Gent opgepakt op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat Spanje in 2004 tegen haar had uitgeschreven. Het Spaanse gerecht wou haar onder meer vervolgen voor de moord op luitenant-kolonel Ramón Romeo, die in 1981 in Bilbao gedood werd door een commando dat deel zou uitgemaakt hebben van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. N. zou volgens de Spaanse autoriteiten minstens vanaf 1978 deel lid geweest zijn van de ETA. Ze kreeg de schuilnaam ‘Pepona’ en ziy behoord hebben tot het ‘Vizcaya-commando’, dat verantwoordelijk wordt geacht voor de dood van Ramón Romeo.

Na een juridische procedureslag besliste het Hof van Cassatie dat de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling geen fouten had gemaakt toen het oordeelde dat het Spaanse uitleveringsverzoek niet uitvoerbaar was, omdat het gevaar bestond dat de vrouw in Spanje het slachtoffer zou worden van mensenrechtenschendingen en mogelijk zou gefolterd worden. Na dat arrest van het Hof van Cassatie kwam de vrouw eind 2013 opnieuw vrij. Een nieuw EAB was in 2015 en 2016 hetzelfde lot beschoren: de Gentse KI verklaarde het niet-uitvoerbaar, het Hof van Cassatie zag tijdens de beroepsprocedure geen reden om dat arrest te verbreken. Jauregui Espina kon dus niet aan Spanje worden uitgeleverd.

Nabestaanden naar rechter

Na dat tweede afgewezen uitleveringsverzoek trokken de kinderen van de vermoorde legerkolonel begin 2017 naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Daar brachten ze aan dat de beslissing van de Belgische justitie om de vrouw niet uit te leveren de Spaanse autoriteiten verhindert om de verdachte van de moord op hun vader te vervolgen. Dat schaadt ook hun belangen, beweren ze.

In hun arrest zijn de rechters van het Mensenrechtenhof dinsdag bijzonder kritisch voor de manier waarop België de zaak heeft aangepakt. Op geen enkele moment hebben de autoriteiten in ons land een poging gedaan om te onderzoeken of N. werkelijk een risico loopt als ze aan Spanje zou worden overgeleverd. Ze beperkten zich tot internationale rapporten en vroegen Spanje zelfs niet rechtstreeks om gedetailleerde informatie over het gevangenisregime dat op de vrouw zou worden toegepast - een mogelijkheid die de wet nochtans expliciet biedt. Daarom, besluiten de rechters dinsdag, is België de verplichtingen niet nagekomen die voortvloeien uit artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op leven beschermt.

Het Hof veroordeelt België daarom tot een schadevergoeding van 5.000 euro voor elk van de vijf kinderen van Ramón Romeo en een gezamenlijke onkostenvergoeding van 7.260 euro. Tegen de uitspraak kan nog beroep worden aangetekend.