Meer dan duizend meldingen van dode mezen, onderzoek naar oorzaak
Foto: Marjan Wullen

Vogelbescherming Vlaanderen en Velt (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren) hebben dit voorjaar meer dan duizend meldingen van burgers ontvangen die een nest met één of meerdere dode mezenjongen in de tuin vonden. De twee verenigingen zoeken uit wat de oorzaak is.

Vogelbescherming Vlaanderen en Velt zetten dit jaar een project van ‘citizen science’ (burgerwetenschap) op rond de hoge mezensterfte. Woensdag maken ze per provincie bekend hoeveel dode mezenjongen er precies gevonden werden.

Van de dode mezenjongen werden honderd stalen genomen, die de komende weken geanalyseerd worden. ‘We willen onderzoeken of er een verband is tussen de hoge mezensterfte en het gebruik van insecticiden’, zegt Geert Gommers, expert pesticiden bij Velt, in een mededeling over het project.

Ieder broedseizoen ontvangen Vogelbescherming Vlaanderen en Velt meldingen van mislukte broedpogingen van vooral kool- en pimpelmezen. Eén, meerdere of alle jongen liggen dood in het nest. Soms wordt een verband gelegd met een buur die enkele dagen ervoor met pesticiden gespoten heeft. Mogelijk stierven de jongen doordat ze vergiftigde rupsen te eten kregen.

Vorig jaar ontvingen de twee verenigingen een pak meer meldingen dan anders. De vraag rees toen of de bestrijding van de buxusmot hier misschien iets mee te maken had.