Peuter bijna verdronken in zwembad: ‘Ouders, blijf in de buurt’
Foto: rr

In Deerlijk is zaterdagnamiddag bijna een kind verdronken. Het tweejarig jongetje lag bewusteloos in het zwembad. Zijn moeder was maar even binnen geweest.

Het is de tweede keer in slechts enkele weken dat men bij de politiezone Gavers te maken krijgt met een oproep voor verdrinking. Begin deze maand kwam een kind van vier jaar om het leven in het zwembad van zijn pleegouders in Harelbeke. Ook toen ging de pleegmoeder van het kind even naar binnen om iets te doen. In enkele minuten tijd verdronk de jongen. Hij werd dood teruggevonden in het opblaaszwembad. De peuter die zaterdagmiddag in Deerlijk bewusteloos werd teruggevonden, kon gereanimeerd worden.

Eén minuut

‘Zijn moeder was net eventjes naar binnen om voor haar baby te zorgen’, zegt politiewoordvoerder Kris Crepel van de politiezone Gavers. ‘Ze was amper een minuutje binnen maar toen ze weer buiten kwam, was haar kleine zoon niet meer te zien. Hij lag al in het zwembad en was aan het verdrinken.’

De kleine jongen was bewusteloos en werd door de moeder en haar stiefbroer uit het water gehaald. ‘Het gezin belde de hulpdiensten en ook onze diensten werden daardoor verwittigd. Ondertussen begonnen ze zelf met de reanimatie.’ Die slaagde en de hulpdiensten brachten de jongen over naar de dienst spoed. ‘Alles gaat goed met hem. De jongen verblijft ondertussen op de dienst pediatrie.’

Extra bewaking in De Gavers

De woordvoerder vreest dat dit niet de laatste oproep voor verdrinking zal zijn. ‘Er zit nog veel mooi weer aan te komen en er wordt veel reclame gemaakt voor zwembadjes. We hebben maar één tip voor ouders: blijf in de buurt. De ouders treft in beide voorgaande gevallen absoluut geen schuld, maar we raden mensen wel aan om kinderen niet uit het oog te verliezen.’

Ook in provinciedomein De Gavers, waar de zwemzone afgelopen weekend voor het eerst geopend werd, plaatsen ze extra bewaking. ‘De provincie voorziet in extra toezicht, eveneens om dit tegen te gaan. Maar de eindverantwoordelijkheid blijft bij de ouders liggen’, besluit Crepel.