AB InBev wint belastingconflict
De hoofdzetel van AB InBev in Leuven. Foto: REUTERS

AB InBev ging niet over de schreef toen een dochterbedrijf dankzij een gunstige fiscale regeling vijf jaar lang nauwelijks belasting betaalde.

De Brusselse rechtbank geeft de bierbrouwer gelijk in een conflict met de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). Dat schrijft De Tijd. Het nieuws werd bevestigd door de woordvoerster van het bedrijf. De BBI vond dat het dochterbedrijf onwettelijke kunstgrepen had uitgehaald om van de belastingkorting te kunnen profiteren. Maar de rechter deelt die visie niet. Het bedrijf deed niets illegaals.

De kwestie heeft extra aandacht gekregen, omdat het systeem van de gunstige fiscale regelingen (Excess Profit Rulings) waar de brouwer gebruikt van maakte, intussen is afgeschaft omdat het kritiek kreeg van Europa. De Europese Commissie vond dat het om illegale staatssteun ging, maar ook die stelling is al afgeschoten door justitie, in dit geval het Europees gerecht.

Concreet betrof het de belasting over de winst die dochterbedrijf Ampar maakte, een centrale aankoopdienst voor materialen. Op 287 miljoen euro winst betaalde de dochter 11,2 miljoen aan belastingen, wat neerkomt op 3,9 procent. Volgens de BBI had dat veel meer moeten zijn, omdat Ampar een lege doos geweest zou zijn en de constructie dus alleen was opgezet met het oogmerk van de belastingvoordelen te genieten. Dat mag niet. Maar AB InBev kon blijkbaar aantonen dat het bedrijf wel degelijk activiteiten ontplooide.