Minder garnalen en meer exoten in de Noordzee
Hoewel hij er op achteruitgaat, blijft de grijze garnaal wel de meest voorkomende soort in de branding Foto: VCB - VUM

De Belgische Noordzee ondervindt een ‘voortschrijdende beïnvloeding door de mens, met voorop de effecten van klimaatverandering’. Dat blijkt uit onderzoek van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Koudwatersoorten, zoals grijze garnalen, nemen in aantal af, terwijl warmwaterfauna, zoals de giftige kleine pieterman, de kleine hermietkreeft en bepaalde exoten juist talrijker worden.

Het VLIZ lanceerde in 2014 het burgerwetenschapsproject SeaWatch-B. Een twintigtal burgers kreeg een opleiding en de nodige uitrusting om de toestand van de Noordzee vanop het strand te volgen, op vaste stukken gespreid over de volledige Belgische kustlijn. Door de gebruikte methodiek kunnen veranderingen door natuurlijke of menselijke invloeden worden opgespoord, klinkt het.

De Noordzee is de voorbije vijftig jaar met 1,7 graden Celsius opgewarmd, twee keer zo snel als het wereldgemiddelde voor oceanen en zeeën. ‘Dit uit zich in allerlei verschuivingen in het voedselweb, met als belangrijkste het wegtrekken van koudwatersoorten en een toename aan dieren en planten afkomstig van de Atlantische Oceaan of zuidelijker’, zegt het VLIZ.

Minder garnalen en meer exoten in de Noordzee
De Noordzee is de voorbije vijftig jaar met 1,7 graden Celsius opgewarmd. Foto: Photo News

Dat tonen de data van SeaWatch-B over de periode 2014-2018 ook aan. In vergelijking met studies van twintig jaar geleden blijkt dat er vijf keer minder Noordzeegarnalen voorkomen in de branding op de Belgische kust. In 1996-1997 werd een jaardichtheid van 190 exemplaren per 100 vierkante meter waargenomen, tegenover gemiddeld 36 exemplaren per 100 vierkante meter in 2014-2018. Ook andere koudwatersoorten hebben het moeilijk.

Daartegenover staat bijvoorbeeld dat de kleine pieterman, een giftige warmwatervis, tot zeven keer meer voorkomt in de branding. Waar de jaardichtheid ruim twintig jaar geleden nog gemiddeld 0,09 exemplaren per 100 vierkante meter bedroeg, liggen de jaargemiddelden voor 2014-2018 tussen de 0,15 en 0,67. Ook de toename van de kleine hermietkreeft, het langer verblijven van jonge pladijs in het strandwater (tot december in plaats van oktober) en de vestiging van de Amerikaanse ribkwal (voornamelijk in de herfst en winter) wijzen volgens het VLIZ op een algemene verschuiving. De exotische ribkwal werd pas in 2007 voor het eerst waargenomen in België, in de haven van Zeebrugge.

Hoewel hij er dus op achteruitgaat, blijft de grijze garnaal volgens de bevindingen van SeaWatch-B wel de meest voorkomende soort in de branding, voor de zeedruif (ribkwal) en de kleine hermietkreeft. De gewone zwemkrab en de strandkrab vervolledigen de top vijf.