VN hekelt seksueel geweld in Soedan
Na de afzetting van president al-Bashir in april trokken betogers massaal op straat. Foto: Masarib/Ahmed Bahhar

In de strijd voor meer democratie in het Noord-Afrikaanse land kwamen al een honderdtal betogers om het leven en raakten honderden Soedanezen gewond. Daarbij raakten verhalen bekend van (groeps)verkrachtingen door militairen. De Verenigde Naties wil dat ter plaatse gaan onderzoeken.

Volgens Patten, VN-vertegenwoordiger voor seksueel geweld in conflictregio’s, schenden de Soedanese militairen van de Rapid Support Forces (RSF) hierbij een heleboel mensenrechten. In een mededeling uit ze haar bezorgdheid over de omstandigheden waarin de protesteerders de regio rondom het ministerie van Defensie in hoofdstad Khartoum inpalmden.

Op 3 juni vielen paramilitairen en veiligheidsdiensten van de RSF betogers rond het hoofdkwartier aan, met alle slachtoffers van dien. Daarbovenop getuigden dokters en ziekenhuizen ter plaatse dat er tijdens die aanslag ook verkrachtingen zouden hebben plaatsgevonden. Ondanks de strikte censuur in het land raakten enkele gevallen toch publiekelijk bekend. Volgens The Guardian zou het gaan om een zeventigtal (groeps)verkrachtingen, maar dat kunnen er (net zoals bij het aantal doden) veel meer zijn.

Unicef

Patten eist van de Soedanese autoriteiten ‘de onmiddellijke stopzetting van alle vormen van geweldpleging tegen burgers, seksueel geweld inclusief’. Daarvoor wil ze de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inschakelen en een team samenstellen dat de gevallen van seksuele mishandeling ter plaatse registreert en opvolgt.

Dinsdag trok Unicef aan de alarmbel voor de kinderen in het conflict. Behalve de gemelde negentien doden en 49 gewonden, kreeg de kinderrechtenorganisatie ook de informatie ‘dat kinderen vastgehouden worden, gerekruteerd worden om te vechten en seksueel misbruikt worden’.

Oorlogswapen

Het aanhoudende conflict in het Noord-Afrikaanse land ontstond na de afzetting van president Omar al-Bashir. Op 11 april werd hij gearresteerd door de militaire troepen die sindsdien aan de macht zijn. Intussen zijn de gemoederen al wat bedaard, maar de volgende stap – het vormen van een nieuwe regering – is nog veraf. De militairen lijken in ieder geval niet happig op een overlevering van de macht aan een burgerregering.

Intussen wordt Al-Bashir beschuldigd van corruptie en de betrokkenheid in het doden van betogers. In 2008 al klaagde een lid van het Internationaal Strafhof in Den Haag al-Bashir aan voor genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden.

In datzelfde jaar keurde de Veiligheidsraad een motie goed die verkrachting beschouwt als een oorlogswapen. De bestrijding van seksueel geweld behoorde vanaf dat moment tot een van hun bevoegdheden. Volgens de motie wordt het seksueel misbruik van vrouwen en meisjes gebruikt in oorlog als ‘een tactiek om leden van een gemeenschap of etnische groep te vernederen, domineren, of bang te maken.’