Filipijnen moeten twee miljoen kilogram aan mango’s kwijt

Dit jaar leverde de oogst van de tropische vrucht meer op dan het Zuidoost-Aziatische land kan bolwerken. Het overaanbod van twee miljoen kilogram valt te wijten aan El Niño, de warmtecyclus in de Grote Oceaan die om de zoveel jaar plaatsvindt.

Het ministerie van Landbouw heeft een massale campagne in gang gezet om de vruchten zo snel mogelijk te verhandelen. De stukprijs werd daarbij nog eens verlaagd van een omgerekende 0,98 eurocent naar amper 0,24. Minster van Landbouw Emmanuel Piñol vreest dat de boeren hierdoor in de problemen zullen komen. ‘In de komende twee weken moet er echt iets gebeuren’, alvorens de mango’s bederven, stelde hij in The Guardian. Piñol hoopt de dagelijkse export naar Hongkong en Dubai te verhogen.

Het jaarlijkse mangofestival en sensibilisering door kooklessen moeten dan weer in eigen land de consumptie opkrikken. Ook is te zien op sociale media hoe boeren kleine dosissen gratis weggeven.

El Niño maakt deel uit van een natuurverschijnsel waarbij een warme en minder vruchtbare zeestroming de normaal gezien koude stroom afkomstig van Antarctica vervangt in de Grote Oceaan. Aan de Zuid-Amerikaanse kust leidt dit doorgaans tot (zee)stormen, soms zelfs cyclonen, en een minder gunstige visvangst. Aan de kant van Azië brengt El Niño voornamelijk droogte met zich mee.

In februari ging het Amerikaanse Climate Prediction Center ervan uit dat de El Niño van dit jaar minder genadeloos zou zijn dan de laatste tussen 2014 en 2016. Toen steeg de temperatuur van het water tot twee graden Celsius, met schade aan de fauna en flora – zowel in zee als aan land – tot gevolg. De Filipijnen kenden door El Niño toen een lager waterpeil, een laattijdig regenseizoen en minder tropische cyclonen dan gewoonlijk.