Eet dit, Lindsey Buckingham!
Foto: Koen Bauters
Laat eender wie aankondigen dat zijn volgende song een ‘song of unity’ is en onze bullshitradar schiet meteen de hoogte in. Maar toen zette Neil Finn ‘Don’t dream it’s over’ in en smolt onze scepsis als de ijsblokken in onze veel te grote gin-kuip: sneller dan ons lief was. En ‘Don’t dream it’s over’ was niet eens een song van Fleetwood Mac.

Het is een detail dat veel zegt over dit concert. Meer bepaald over de verhoudingen tussen de bandleden en hoe die dooreengeschud zijn door de komst van twee nieuwe leden. Klein beetje noodzakelijke duiding voor al wie niet is afgestudeerd in de Toegepaste Fleetwood Mac-wetenschappen: ‘verhouding’ is een beladen begrip in deze context. Over de samenstelling van de band en de interne strubbelingen die door de jaren heen ten grondslag lagen aan het vertrek en de terugkeer van sommige leden, bestaan grafieken – zó complex is die geschiedenis. We gaan ze hier niet reconstrueren (geïnteresseerden mogen zich aanmelden voor de dia-avond), maar we moeten voor een goed begrip van deze recensie wél even de laatste episode toelichten.

Vorig jaar werd gitarist/vocalist Lindsey Buckingham namelijk uit de band gegooid en vervangen door twee nieuwe leden: Neil Finn van Crowded House en Mike Campbell, jarenlang van de vaste sidekick van wijlen Tom Petty. Welnu, die twee bleken zaterdag cruciaal voor de wederopstanding van een Fleetwood Mac dat lang niet zo strak geklonken heeft als nu. Er zat vaart in de set, de zangharmonieën klonken ronduit hemels en hoewel dit al hun achtenvijftigste concert van de tour was, kwam het niet routinematig over. Pensioengerechtigd op je zevenenzestigste? Niet als je bij Fleetwood Mac zit.

Tom Petty

Als we één zwak schakeltje moeten benoemen, dan zouden dat de vocale kwaliteiten van Christine McVie zijn. Wanneer ze solo zong, klonk ze breekbaar en niet altijd toonvast. Ze wist haar beperkingen minder goed weg te stoppen dan Stevie Nicks. Die laatste haalde evenmin de hoge noten in ‘Rhiannon’, maar zocht haar toevlucht in andere toonaarden om dat te verbloemen. Bij wijlen werd dit zelfs de Grote Stevie Nicks Show, want wat een charisma heeft die vrouw! Hoe zij met haar goudkleurige sjaal een heuse act maakte van ‘Gold dust woman’, of een eerbetoon bracht aan Tom Petty met haar interpretatie van ‘Free fallin’’: pure klasse.

Dat gold ook voor Neil Finn. Dat hij met ‘The chain’ opende – mócht openen –, een song met uitgesproken Buckingham-signatuur, toont aan hoe groot het vertrouwen is. Nicks en Finn brachten samen een pakkend intieme, akoestische versie van de beroemde Crowded House-song ‘Don’t dream it’s over’, en op de wei moest niemand aangepord worden om luidkeels ‘hey now, hey now’ mee te zingen.

Het lijkt er sterk op dat het nieuwe muzikale bloed gezorgd heeft voor nieuwe impulsen. De prille zeventigers van Fleetwood Mac kwamen even laten zien hoe dat moet, een hartverwarmend en weergaloos concert geven.