Regering moet 11 miljard besparen terwijl bevolking 3,5 procent rijker wordt
Foto: Photo News

De regering moet volgens de Nationale Bank 11,1 miljard euro besparen om het structureel tekort tegen eind 2021 weg te werken. De koopkracht van de gezinnen stijgt tegen 2022 dan weer met 3,5 procent.

De Nationale Bank van België voorspelt al bij al tamelijk gunstige jaren voor de Belgische economie. De groei zal maar in beperkte mate afnemen van 1,4 procent vorig jaar tot 1,2 procent dit jaar. Ook de twee volgende jaren blijft de economie respectievelijk met 1,1 procent en 1,2 procent groeien.

De Belgische economie doet het dus verhoudingsgewijs beter dan elders in Europa, waar bijvoorbeeld in Duitsland sprake is van een sterke terugval. Dat België minder lijdt onder de handelsspanningen en druk op de internationale handel, is te danken aan de particuliere consumptie. Die houdt zich goed, geschraagd door een toename van de koopkracht van de gezinnen met 3,5 procent in 2021 tegenover vandaag. Het gaat om een stijging van de koopkracht per hoofd. 

120.000 jobs

De bedrijfsinvesteringen en uitvoer krijgen het moeilijker en België zal marktaandeel verliezen op de internationale markten. Dat is het gevolg van stijgende loonkosten. Het effect van de loonkostenmatigingen is immers afgelopen en door de krappe arbeidsmarkt neemt de druk toe om lonen te verhogen. Toch verwacht de NBB nog altijd dat er in de periode 2019 tot eind 2021 zo’n 120.000 banen bijkomen.

Het grote probleem blijft de begroting. Bij ongewijzigd beleid stijgt het structureel tekort in drie jaar tijd van 1,5 procent naar 2,3 procent. Omdat naar nul procent te herleiden, is een inspanning van 11,1 miljard nodig. Pierre Wunsch, gouverneur van de NBB, wijst erop dat België een regering nodig heeft omdat de uitgaven automatisch jaarlijks stijgen als gevolg van kosten van vergrijzing en de zorg. Er zijn met andere woorden jaarlijks maatregelen nodig om te beletten dat het tekort verder oploopt. Een regering in lopende zaken is dus geen goede zaak.

Te rigide economie

Een van de grootste uitdagingen die de regering moet aanpakken, is het probleem van de bijna stilgevallen productiviteitsgroei. Een gebrek aan productiviteitsgroei in combinatie met een krappe arbeidsmarkt is het recept om tot een stagnerende economie te komen. Dat moet vermeden worden.

De Belgische economie is volgens Wunsch te rigide. Er is weinig mobiliteit van de werknemers tussen de bedrijven, er is weinig mobiliteit van werknemers tussen de regio’s. Zo is de werkloosheid in Henegouwen hoog, maar raken de vacatures in het nabijgelegen Kortrijk niet ingevuld.

Wunsch meent dat er niet veel geld nodig is om het groeipotentieel van de economie te vergroten. Het gaat om het aanpassen van de regelgeving die een aantal mistoestanden van beschermde staturen en sectoren aanpakt. Ook de loonvorming, gebaseerd op anciënniteit, moet anders. Het geld dat in onderwijs wordt gestopt, moet beter aangewend worden. De overheid moet in infrastructuur investeren.