België maakt het Hells Angels zo moeilijk mogelijk
Niet alleen geven motorclubs op publieke evenementen hun rang en stand weer via hun kledij, ze gebruiken die ook om te provoceren. Foto: Bas Bogaerts

Limburgse grensgemeenten zullen motorclubs verbieden om logo’s en symbolen te dragen. Dat moet helpen in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit.

Na het verbod op de beruchte motorclub Hells Angels in Nederland vrezen verschillende burgemeesters dat veel leden naar België zullen komen. De ­lokale en federale politie proberen de bendes op een andere manier aan banden te leggen en werken aan maatregelen om clubs die zich bewust boven de wet stellen en zich als outlaws gedragen – de één procentclubs – te bestrijden.

De bekendste outlaw-clubs in ons land zijn de Hells Angels, Bandidos, Satudarah, Outlaws en No Surrender. De bedoeling is het hen zo moeilijk mogelijk te maken. ‘We willen publieke evenementen voor de motorclubs bijna onmogelijk maken’, zegt Cedric Stuyck, sectiehoofd van de dienst Georganiseerde Misdaad van het parket Limburg. ‘Zo willen we het dragen van de clubkleuren, de zogenaamde colors, verbieden. Ook hesjes en symbolen worden ver­boden op evenementen.’

Volgens Stuyck treft die maatregel de clubs in het hart. ‘Het uiterlijke vertoon is voor de clubs zeer belangrijk. Niet alleen geven ze op publieke evenementen hun rang en stand weer via hun kledij, ze gebruiken ze ook om te provoceren.’

Totaalverbod ligt moeilijk

De nieuwe regelgeving wordt nog dit jaar uitgerold in Limburg. ‘Bij overtreding riskeren de ­motorclubs GAS-boetes die tot ­enkele duizenden euro’s kunnen oplopen. De maatregel moet de clubs ook minder aantrekkelijk maken.’

Het bemoeilijken van evenementen is de tweede stap in de strijd tegen de één procentclubs. ‘We maken het de clubs al jaren moeilijk om een clublokaal te vinden’, zegt Raf Terwingen (CD&V), de burgemeester van de grens­gemeente Maasmechelen. ‘Zo leggen we via het lokale politiereglement strengere voorwaarden op voor de brandveiligheid. We controleren ook frequent op stedenbouwkundige inbreuken.’

Terwingen is, net als collega-burgemeester van Lanaken Marino Keulen (Open VLD), wel voorstander van een totaalverbod op de criminele motorbendes. Niet verwonderlijk, want de Limburgse burgemeesters worden het vaakst met geweld van motor­bendes geconfronteerd. In Limburg zijn er 29 chapters of afdelingen van de grootste motorclubs. Maar zo’n totaalverbod is in ons land niet aan de orde.

‘Het recht op vereniging is een grondwettelijk gewaarborgd recht’, zegt Cedric Stuyck van het Limburgse parket. ‘De Belgische wetgeving laat niet toe om een motorclub in zijn geheel te verbieden wegens bedreiging van de openbare orde.’

Creatief met taal

Een verbod is ook niet de ultieme oplossing. ‘We kijken voor­lopig de kat uit de boom’, zegt ­Annemie De Boye van Ariec, het regionale informatie- en expertisecentrum in Limburg. ‘We zien dat Nederlandse clubs transformeren of vervellen. De clubs blijven dus gewoon bestaan.’ Een voorbeeld: na het verbod van de motorclub Bandidos ontstond bij onze noorderburen de club BMC, de afkorting voor Bandidos Motor Club. Die is niet verboden, maar is duidelijk de opvolger van de bende. Ook de Hells Angels zijn creatief: zo duiken T-shirts op met het getal 81 – ‘h’ is de achtste letter in het alfabet, ‘a’ de eerste.

Vanuit de gevangenis richtte een oud-leider van de Hells Angels deze week ook een nieuwe motorclub op: ‘MC De Hardliners’. ‘Het logo lijkt hard op dat van de ­Angels, het gaat duidelijk om een kopie’, zegt De Boye. ‘Maar we moeten ons afvragen of we met zo’n verbod niet alle motorclubs ondergronds zouden duwen. Nu ­weten we waar hun lokalen zijn en wie bij de organisaties betrokken is. Als alles onder de oppervlakte verdwijnt, wordt het moeilijker.’

Geen waterbedeffect

Zullen de Hells Angels, als ­gevolg van het Nederlandse verbod, nu massaal naar België komen? De Boye: ‘In het verleden was er geen waterbedeffect (waarbij bendes, door Nederlandse druk, actiever worden aan onze kant van de grens, red.). Zo konden we na het verbod op Bandidos in Nederland niet aantonen dat we meer problemen hebben ­gehad in Limburg. Enkele Nederlandse leden sloten zich wel zich bij Belgische afdelingen aan.’

‘Het gaat om criminele motorbendes’, benadrukt Stuyck. ‘Uit onderzoek weten we dat zo’n 75 procent van de leden een strafrechtelijk verleden heeft’. Frappant: verschillende Belgische ­leden van Hells Angels hebben zelfs geen motorfiets. ‘Dat is niet alleen absurd, het bewijst ook dat ze andere bedoelingen hebben.’

Kris Vandepaer, de directeur van de federale gerechtelijke politie Limburg, benadrukt dat er ­momenteel een gerechtelijk ­onderzoek loopt naar Hells Angels in Limburg.