Washington vermoedt dat regime nieuwe chemische aanval uitvoerde in Syrië
Foto: AFP

De Verenigde Staten hebben ‘indicaties’ dat het regime van Bashar al-Assad een chemische aanval heeft uitgevoerd in Syrië. De VS waarschuwden dinsdag voor vergeldingsacties.

In een mededeling maakt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken melding van een ‘vermeende chlooraanval in het noordwesten van Syrië’. Die zou op 19 mei ’s ochtends hebben plaatsgevonden.

‘We waarschuwen opnieuw, als het regime van Assad chemische wapens gebruikt, zullen de Verenigde Staten en hun bondgenoten snel en gepast reageren’, verklaart woordvoerder Morgan Ortagus.

Voor de Amerikaanse president Donald Trump is het gebruik van chemische wapens een rode lijn en hij kondigde eerder al twee vergeldingsaanvallen aan tegen doelwitten van het regime: in april 2017 als een reactie op een aanval met saringas en een jaar later, samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, als een reactie op een chemische aanval op de burgers van Douma.

Volgens de woordvoerder van Buitenlandse Zaken maakt deze nieuwe ‘vermeende aanval deel uit van een gewelddadige campagne van het regime, die het staakt-het-vuren schendt dat miljoenen burgers in de provincie Idlib beschermt’. ‘De aanvallen van het regime op gemeenschappen in het noordwesten van Syrië moeten stoppen’, klinkt het nog.

Dinsdag 26 soldaten omgekomen

Het geweld flakkert de laatste tijd weer op in de regio. Bij een offensief dat jihadisten dinsdag gelanceerd hebben tegen de regeringstroepen in het noordwesten van het land zijn 18 strijders en 26 soldaten opgekomen. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR).

Rusland en Turkije kwamen eerder overeen om een gedemilitariseerde zone te voorzien in Idlib, de laatste provincie die nog in handen is van de jihadisten. Maar sinds eind april worden het jihadistische bolwerk en de nabijgelegen provincie Hama geregeld gebombardeerd door de regeringstroepen van Bashar al-Assad en zijn Russische bondgenoot.

Dinsdag hebben de jihadisten een tegenaanval uitgevoerd in het noorden van Hama. De aanval was gericht op de stad Kafr Nabuda, die sinds 8 mei weer in handen is van het regime, laat het SOHR weten. Daarbij kwamen 18 jihadisten om, onder wie de bestuurder van een bomauto die vijf Syrische soldaten doodde. In totaal stierven 26 soldaten van het Syrische leger.

Sana, het staatspersbureau, berichtte dat ‘terroristische groeperingen’ – een algemene term voor groepen die zich verzetten tegen het Syrische regime – raketten afvuurden in het westelijke deel van Aleppo, dat in handen is van het regime. Er zouden zes burgers zijn gestorven.

Volgens het SOHR zijn sinds 30 april minstens 180 burgers omgekomen bij de aanvallen. Zeker 150.000 mensen zijn op de vlucht. Vrijdag sprak de VN nog van een ‘humanitaire catastrofe’ in Idlib als het geweld blijft aanhouden.