Afrikaanse landen vragen om soepelere wetgeving ivoor- en olifantenhandel
De Afrikaanse olifant: met uitsterven bedreigd, en toch zijn er te veel in Zimbabwe.

Zimbabwe, Botswana en Namibië gaan in beroep tegen de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES), die de landen controleert op de handel in het witte goud. Dat meldt Britse krant The Guardian.

De drie landen tekenden in 2016 al eens beroep aan op de conferentie in Zuid-Afrika, en zullen dat donderdag nog eens proberen in Colombo, Sri Lanka. Ze hebben problemen met zowel het verbod op ivoorhandel als strenge regels op de handel tussen de – nog levende – olifanten.

Omdat Zimbabwe een enorme hoeveelheid ivoor bezit – die volgens een statement in The Guardian ‘meer dan driehonderd miljoen dollar waard’ is –, maar die niet mag verkopen, loopt het land een belangrijke bron van inkomsten mis.

Het gaat echter niet alleen om winstbejag. Het land kampt ook met een overpopulatie olifanten: alle parken samen tellen nu 85.000 dieren, terwijl er maar plaats is voor 55.000. Dit leidt regelmatig tot menselijke slachtoffers die ongelukkige in aanraking komen met agressieve olifanten.

CITES ziet er bovendien op toe dat olifanten onder strikte voorwaarden verhandeld worden aan het buitenland. Tussen 2012 en 2018 verkocht Zimbabwe net geen honderd olifanten aan het buitenland, aldus The Guardian. Volgens het land is dat te weinig.

Botswana wordt ook overrompeld door olifanten en wil graag de olifantenjacht weer openen. Volgens president Mokgweetsi Masisi zou het een dubbele functie vervullen: toerisme een boost geven en de populatie in toom houden.