Het Songfestival? Rutte vraagt budgettaire bescheidenheid
Duncan Laurence jucht, Nederland denkt aan de kosten. Foto: epa-efe

Terwijl Songfestivalwinnaar Duncan Laurence zijn prijs nog in ontvangst moest nemen, buitelden Nederlandse steden al over elkaar om zich kandidaat te stellen voor de organisatie van het evenement in 2020. Premier Rutte houdt echter de vinger op de knip en predikt budgettaire bescheidenheid.

Aan het einde van het Nederlandse tv-verslag van het Eurovisiesongfestival, ver na middernacht, sloot presentator Jan Smit af met de woorden ‘Tot volgend jaar in Amsterdam, Maastricht of Zwolle’. Wellicht ingegeven door gunstige pronostieken hadden verschillende steden blijkbaar al gespeculeerd over hun kandidatuur voor het feestje en de nodige communicatie voorbereid.

In de loop van zondag volgden nog flirts vanuit steden als Rotterdam, Den Haag en Arnhem.

Premier Mark Rutte ontving ‘s nachts naar eigen zeggen al enkele sms’jes van burgemeesters. De volgende ochtend temperde hij tijdens een tv-interview het organisatorisch enthousiasme met de boodschap dat hij geen extra belastinggeld wil investeren in het evenement. De Nederlandse publieke omroep (NPO) heeft volgens hem voldoende werkingsbudget om dit te organiseren. Het omroepbestel ontvangt dit jaar bijvoorbeeld een toelage van 780 miljoen euro. Volgens de premier slaagde Zweden er in 2016 in om het festival voor vijftien miljoen euro te organiseren.

Het kost wat maar het brengt ook wat op

ING-econoom Thijs Geijer is gespecialiseerd in vrijetijdseconomie en raamt de totale kosten voor een Nederlandse organisatie tussen de vijftien en dertig miljoen euro. ‘Je moet daarbij in de eerste plaats denken aan de huur van een locatie, die moet je minimaal een week vrijhouden’, vertelt hij ons. ‘Andere belangrijke aspecten zijn de beveiliging tijdens het evenement en de huisvesting voor de organisatie. De kosten kunnen verder oplopen door een tijdelijke invulling van de omliggende openbare ruimte, zoals het inrichten van fanzones.’

De European Broadcasting Union (EBU) is organisator van het festival en betaalt zes miljoen euro. De rest van het budget is voor rekening van het gastland.

Belangrijke opbrengsten zijn volgens Geijer de verkoop van tickets en merchandising, de hotelovernachtingen die in en rond de gaststad worden geboekt en andere toeristische uitgaven door de meegereisde fans. Veel moeilijker te meten zijn de baten op het gebied van zichtbaarheid en naamsbekendheid. ‘Je krijgt een week de tijd om als land en stad aan je imago werken. Je hebt dan een enorm publiek van ruim 200 miljoen kijkers.’

Koffiedik

De steden zullen binnenkort meer informatie krijgen over hoe zij hun kandidatuur kunnen indienen en wat daarbij de belangrijkste criteria zijn. De NPO en EBU zullen uiteindelijk samen bepalen welke stad het festival volgend jaar in mei mag organiseren. Het is voorlopig koffiedik kijken over de kansen van de verschillende steden, al werd de afgelopen tien edities het evenement zeven keer aan een hoofdstad toegewezen.

Nederland organiseerde het songfestival vier keer eerder, dat gebeurde in Amsterdam, Hilversum en Den Haag.