Duncan Laurence won met zijn powerballade ‘Arcade’ het Eurovisiesongfestival. Het is de eerste overwinning voor Nederland in 44 jaar. Tijdens de finale was er even opschudding, toen zowel Madonna als de rockers uit IJsland een Palestijnse vlag toonden.

Het werd verwacht en het is ook gebeurd: de 25-jarige Duncan Laurence won met zijn gevoelige pianonummer de 64ste editie van het Songfestival. De singer-songwriter verzamelde 492 punten en liet daarmee Italië (465 punten) en Rusland (369 punten) achter zich. 

Het was tot het laatste moment nagelbijten in Tel Aviv. De vakjury had immers de meeste punten gegeven aan Zweden, gevolgd door Noord-Macedonië en Nederland. 

Maar het publiek stemde volledig anders. Het soulvolle nummer ‘Too late for love’ van de Zweedse zanger John Lundvik en de dramatische ballade ‘Proud’ van zangeres Tamara Todevska uit Noord-Macedonië vielen bij hen totaal niet in de smaak. Het publiek gaf ‘Spirits in the sky’ van Noorwegen verrassend de meeste punten, gevolgd door Nederland en Italië (‘Soldi’ van zanger Mahmood).

Terechte winnaar

Door de combinatie van de punten van de jury en televoting eindigde Nederland helemaal bovenaan. Duncan Laurence prijkte ook al maanden op de bovenste plaats bij de boomakers en maakt zijn favorietenrol dus waar. 

De 25-jarige Duncan de Moor - zoals de singer-songwriter uit Amersfoort echt heet - zette in de finale een dijk van een optreden neer. Solo aan de piano zong hij overtuigend zijn zelfgeschreven lied ‘Arcade’, dat gaat over het afscheid van een geliefde. Daarbij werd hij enkel ondersteund door epische blauwe luchten op de videowalls en een zwevende lamp. Een dwingende, maar sobere act waarmee Duncan Laurence de terechte winnaar werd van deze editie.

Controversiële act Madonna

Tijdens de pauze van deze finale - die meer dan 4 uur duurde - trad Madonna op. The Queen op Pop zong twee nummers: haar dertig jaar oude hit ‘Like a prayer’ en haar nieuwe nummer ‘Future’. Op de laatste tonen van 'Future', liet ze twee van haar dansers arm in arm de trap beklimmen, met op hun rug een Israëlische en Palestijnse vlag. Meteen nadien verscheen de boodschap 'Wake up' op het videoscherm achter haar.

Dat zal sowieso niet gebeurd zijn met toestemming van de European Broadcasting Union, de organisator van het Songfestival. Die eist dat het festival niet gebruikt mag worden voor politieke statements. De rockers van IJsland waren de enige artiesten uit de competitie die dat verbod aan hun laars lapten. Tijdens de puntentelling ontrolden ze twee sjaals met daarop ‘Palestina’ en maakten ze zo toch het statement waarmee ze al twee weken dreigden.

De top 10: 

  1. Nederland: 492 punten

  2. Italië: 465 punten

  3. Rusland: 369 punten

  4. Zwitserland: 360 punten

  5. Noorwegen: 338 punten

  6. Zweden: 332 punten

  7. Azerbeidzjan: 297 punten

  8. Noord-Macedonië: 295 punten

  9. Australië: 285 punten

  10. IJsland: 234 punten

Belgische resultaat

De Belgische kandidaat Eliot kon zich niet plaatsen voor de finale. De 18-jarige zanger uit Mons behaalde uiteindelijk 70 punten voor zijn nummer 'Wake up': 50 punten van de vakjury's en 20 punten van de televoters. Daarmee eindigde hij 13de in de eerste halve finale, drie plaatsen te laag om door te stoten naar de finale.

België mocht wel punten geven in de finale. De Belgische vakjury gaf 'douze points' aan Italië, 10 aan IJsland, 8 aan Frankrijk en 6 punten aan Nederland. Het publiek stemde anders: 12 voor Nederland, 10 voor Frankrijk (onze twee buurlanden) en 8 aan Italië.

Het volledige resultaat en een analyse van alle stemmen vindt u hier.