Hoge Raad voor Justitie over zaak-Van Espen: ‘Het moet en het kan beter’

De Hoge Raad voor Justitie stelt zich vragen bij de manier waarop het Antwerpse gerecht is omgegaan met het dossier van Steve B. ‘We hebben vragen gesteld aan de voorzitter van het hof van beroep, en aan de procureur-generaal’, zegt de voorzitter van de Raad, Christian Denoyelle in het VTM Nieuws. ‘Het moet en het kan beter.’

Een week geleden, een dag voor de dood van Julie Van Espen, bracht de Hoge Raad een rapport uit met de oproep aan justitie en aan het parlement om van seksueel geweld een topprioriteit te maken.

Het is diezelfde Raad die nu vragen stelt bij het dossier van Steve B. B. kwam in 2017, na een veroordeling van vier jaar voor verkrachting, vrij toen hij tegen zijn vonnis beroep aantekende. De behandeling van zijn zaak sleepte twee jaar aan, toen hij dit weekend op zoek ging naar een nieuw slachtoffer. Het Antwerpse hof van beroep gaf daarover al uitgebreid uitleg. Toch heeft de Hoge Raad verdere vragen voor de rechtbank.

‘Het hof heeft de dossiers (die al lange tijd wachten op behandeling, door een sluiting van een van de kamers, red.) nu doorzocht, maar waarom heeft men dat dan niet gedaan voor ze de beslisten om de kamer te sluiten, en heeft men toen niet naar de impact van de zaken gekeken?’, vroeg Denoyelle in het VTM Nieuws. Eind vorig jaar sloot het hof één van zijn kamers, omwille van een tekort aan rechters. Alle zaken werden voor onbepaalde tijd uitgesteld, zo’n zestigtal. Dat verklaart de lange wachttijd voor de behandeling van de zaak van Steve B.

Voorrang

Denoyelle wil ook meer inzicht in het prioriteitenbeleid van de rechtbank. ‘Men spreekt over een hoge werklast. Het klopt dat de kaders (het voorgeschreven aantal rechters, red.) niet volledig ingevuld waren, maar welke zaken kregen dan voorrang?’ De Hoge Raad van Justitie zal nu wachten op de antwoorden om te beslissen of er verder onderzoek volgt.

De behandeling van de zaak van Steve B. is volgens Denoyelle niet goed verlopen. ‘Als we kijken naar het resultaat is het niet goed gelopen. Daar kunnen we niet tevreden over zijn. Het moet en het kan beter, laat ons er samen aan werken. Dit laten we niet los.’