Veelgestelde vragen: wat u moet over de verkiezingen van 26 mei 2019
Foto: IMAGEGLOBE

Een voorbereide kiezer is er twee waard, of toch bijna. Aan de hand van deze veelgestelde vragen baant u zich probleemloos een weg naar het stemhokje. Klik op een vraag om het antwoord te lezen.

Hoe moet u stemmen?

Neem altijd uw identiteitskaart en uw oproepingsbrief mee.

Op 26 mei wordt in ruim de helft van de Vlaamse gemeenten elektronisch gestemd, in Brussel en de Duitstalige Gemeenschap is dat in alle gemeenten. In de overige Vlaamse gemeenten en overal in Wallonië moet nog op papier worden gestemd.

Als u zich aanmeldt in het stembureau krijgt u een chipkaart van de voorzitter. Die steekt u in de kaartlezer van de stemcomputer. U kiest u eerst voor het Europese Parement, vervolgens voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en ten slotte voor de verkiezing van de Gewest- en Gemeenschapsparlementen.

U krijgt telkens op het scherm het volgnummer en het letterwoord van de lijsten. Met uw vinger selecteert u de lijst van uw keuze, of stemt u blanco. Als u een lijst heeft geselecteerd, krijgt u alle kandidaten op die lijst te zien. U kan hier voor een of meerdere kandidaten kiezen, of een lijststem uitbrengen. Vervolgens moet u uw stem bevestigen. Zolang u niet bevestigd heeft, kan u uw stem nog aanpassen.

Als u voor alle verkiezingen uw stem heeft uitgebracht en bevestigd, drukt de computer een papieren bewijsstuk af. Daarop kan u uw stem controleren. Vervolgens geeft u de chipkaart terug aan de voorzitter en scant u de barcode van uw stembiljet. Het papieren bewijsstuk steekt u in de urne.

In het stembureau ontvangt u drie stempapieren: een blauw papier voor de Europese verkiezingen, een wit voor de Kamer en een roze voor de Vlaamse verkiezing. (Als u geen Belg bent maar uit een ander Europees land komt, krijgt u enkel een blauw formulier.)

U gaat binnen in het stemhokje, waar u een stempotlood vindt.

Alle kieslijsten staan op het stempapier. De lijsten zijn geordend per partij volgens lijstnummer.

Als u een lijststem wil uitbrengen, kleurt u het vakje bovenaan de lijst in. Als u voor bepaalde personen op de lijst wil stemmen, kan u de bolletjes naast hun naam inkleuren.

Let wel: u kan kiezen voor verschillende personen van één kieslijst, maar niet voor namen in verschillende kolommen. Als u dat doet, is uw stem ongeldig.

Als u op elk van de drie papieren uw stem hebt uitgebracht, vouwt u de papieren dicht en stopt ze in de bussen met de kleur van het papier. Daarop krijgt u uw identiteitskaart en uw afgestempelde oproepingsbrief terug. Dat is het bewijs dat u heeft gestemd.

In het stemhokje kunt u op verschillende manieren stemmen. De manier waarop u uw stembiljet invult, bepaalt hoe er met uw stem wordt omgegaan.

Bij een lijst- of kopstem, kleurt u het bolletje bovenaan de lijst. Hiermee geeft u aan akkoord te gaan met de bestaande volgorde van de kandidaten. Daarbij geeft u meer gewicht aan de kandidaten bovenaan de lijst.

U heeft ook de keuze om bepaalde kandidaten een voorkeurstem of naamstem te geven. Een naamstem geeft een voordeel aan die kandidaat ten opzichte van zijn of haar partijgenoten. Let wel: een voorkeurstem op meerdere kandidaten telt nog steeds als één stem voor die partij. U kunt zowel effectieven als plaatsvervangers een voorkeursstem geven. Maar let op: de plaatsvervangers komen enkel in het parlement terecht wanneer zij een effectieve kandidaat vervangen die niet gaat zetelen of die tijdens de legislatuur het parlement verlaat.

U kan binnen één lijst zoveel bolletjes kleuren als u zelf wil. Indien u dat wil, kan u zelfs alle kandidaten op een lijst een voorkeurstem geven.
Dat is niet hetzelfde als een lijststem: de lijststemmen worden toegewezen aan de kandidaten bovenaan de lijst. U bevoordeelt daarmee dus de eerste kandidaat of kandidaten op de lijst. Als u elke kandidaat een voorkeurstem geeft, geeft u elke kandidaat hetzelfde voordeel.

Stemmen voor politici van verschillende partijen is verboden. Als u dat doet, is uw stem ongeldig.

Ongeldig stemmen is alleen nog mogelijk wanneer uw gemeente met papieren stembiljetten werkt. Elektronische toestellen laten geen ongeldige stemmingen toe, maar wel blanco stemmen. Daarvoor is er een aparte sectie op het scherm.

Dankzij de naamstem kunt u op meerdere kandidaten tegelijk stemmen, maar niet van verschillende partijen. Geeft u een voorkeurstem op kandidaten uit verschillende partijen — dat heet panacheren —, dan is uw stem ongeldig.

Wat wel mag is voor partij A stemmen voor de Kamer en voor B stemmen bij de Vlaamse verkiezingen. Dat zijn aparte stembiljetten, niemand weet dus ooit dat u niet helemaal consequent hebt gestemd.

Uw stem zal ook niet meetellen als u een ander papier hebt gebruikt om te stemmen, als u geen vakje hebt ingekleurd op uw papieren, als u de vorm of de grootte van de stempapieren hebt veranderd, Als u iets in het stempapier hebt gestopt, bijvoorbeeld een stukje papier of een voorwerp, als u iets op het stempapier hebt geschreven of buiten de vakjes heeft gekleurd.

Eens u door een attest via een volmacht mag stemmen, hoort u een volmachtformulier in te vullen (te vinden op de website van de verkiezingen). Dit formulier geeft u mee aan de persoon die je tot volmachtkrijger hebt benoemd. Hij of zij neemt ook het attest van uw afwezigheid en zowel uw als zijn eigen oproepingsbrief mee. Uw identiteitskaart mag u thuis laten.

Wat als u niet kan of wil gaan stemmen op 26 mei?

Volgens de Kieswet kan iedereen die stemgerechtigd is en nog geen andere volmachtstem uitbrengt, uw volmachtdrager worden. Hij of zij moet wel gaan stemmen in uw toegewezen stembureau. Waar dat is, staat in uw oproepingsbrief vermeld.

Eén iemand mag maar één volmachtstem uitbrengen.

Een volmacht kan u geven via het volmachtformulier dat u kan downloaden via deze link.

U kan niet zomaar iemand iemand in uw plaats laten stemmen: u heeft een goede reden nodig om niet zelf naar het stembureau te gaan. Als u op verkiezingsdag ziek bent, in het buitenland verblijft, of moet werken, geldt dat als goede reden.

In België is er stemplicht. Wie op reis is tijdens de verkiezingen, en dus zelf niet kan stemmen, hoort een volmacht aan te vragen. U laat dan iemand anders uw stem uitbrengen.

Eerst moet u een attest van ‘tijdelijk verblijf in het buitenland’ indienen bij uw burgemeester, die uiteindelijk alle attesten samen raapt en dit meldt aan de stem -en telbureaus. U vindt deze attesten doorgaans op de site van uw gemeente.

Vervolgens geeft u iemand een volmacht om in uw plaats te stemmen. Dat kan aan de hand van een volmachtformulier, dat u kan downloaden via deze link.

Volgens de Kieswet kan iedereen die stemgerechtigd is en nog geen andere volmachtstem uitbrengt, uw volmachtdrager worden. Hij of zij moet wel in uw stembureau gaan stemmen.

Als u niet kan gaan stemmen omdat u moet werken, moet uw werkgever voor u een attest opstellen dat uitlegt dat u die dag verhinderd bent om te gaan stemmen. Toch blijft u wettelijk verplicht om op 26 mei een stem uit te brengen, dus zelfs met dat attest moet u nog steeds een volmachtstem uitbrengen.

Dat kan aan de hand van een volmachtformulier, dat u kan downloaden via deze link.

Volgens de Kieswet kan iedereen die stemgerechtigd is en nog geen andere volmachtstem uitbrengt, uw volmachtdrager worden. Hij of zij moet wel in uw stembureau gaan stemmen.

U moet in beide gevallen een doktersattest aanvragen en iemand een volmacht geven.

In België is er stemplicht, ook voor wie de dag zelf hinder ondervindt. In dat geval hoort u een volmacht aan te vragen. U laat dan iemand anders uw stem uitbrengen. Dit doet u aan de hand van een volmachtformulier. U heeft ook een doktersattest nodig om uw afwezigheid te motiveren.

Vervolgens geeft u iemand een volmacht via het volmachtformulier, dat u kan downloaden via deze link.

Volgens de Kieswet kan iedereen die stemgerechtigd is en nog geen andere volmachtstem uitbrengt, uw volmachtdrager worden. Hij of zij moet wel in uw stembureau gaan stemmen.

Wie op 26 mei niet gaat stemmen, riskeert een boete van 40 tot 80 euro. De federale overheidsdienst Justitie geeft wel toe dat veel van die berispingen niet tot bij de burger geraken. Afwezige bijzitters of stemmentellers worden daarentegen wel nauwgezet opgevolgd, en krijgen ook hogere boetes bij afwezigheid.

Als u een geldige reden heeft om weg te blijven, kunt u een boete vermijden door iemand een volmacht te geven.

Alle Belgen die ten laatste op 1 maart 2019 de Belgische nationaliteit verkregen, en ten laatste op de dag van de verkiezingen 18 jaar werden, zijn wettelijk verplicht om te gaan stemmen. Mits een geldig excuus, gecombineerd met een attest, kan u wel bij volmacht uw stem uitbrengen. U geeft dan iemand de volmacht om in uw plaats naar het stemhokje te gaan. Volgens de Kieswet mag dat om het even wie zijn.

Ook als u door onvoorziene omstandigheden de dag zelf niet stemt, moet u toch een geldige reden kunnen voorleggen aan de vrederechter.

De volgende redenen geven u het recht om zelf niet te gaan stemmen (en dus een volmachtstem uit te brengen): een doktersattest, een attest van uw werkgever of van de uitoefening van uw beroep (voor zelfstandigen, schippers, marktkramers of kermisreiziger), een attest van de religieuze overheid, een attest van de instelling waar u studeert en een attest van tijdelijk verblijf in het buitenland.

Wie door het strafrecht een vrijheidsbeneming werd opgelegd, mag ook een volmachtstem aanvragen bij de directie van de strafinrichting maar is daartoe niet verplicht.

En als u bent opgeroepen om te zitten als voorzitter, bijzitter of teller?

Als burger kan je tot 23 mei opgeroepen worden om te komen assisteren bij uw lokale stem - of telbureau. Als bijzitter of voorzitter ziet u erop toe dat iedere kiezer ingeschreven staat in de kiezerslijst en dat niemand twee keer stemt.

Wanneer u opgeroepen wordt om mee te helpen in het tel- of stembureau, bent u daartoe wettelijk verplicht. U kunt dat aanvechten, maar het is de kantonvoorzitter die beslist of uw reden al dan niet volstaat. Al zijn er daar ‘geen wettelijke regels rond’, meldt Chantal Neirinckx, administratief coördinator van de verkiezingen bij dienst Burgerzaken van Stad Gent (De Standaard 7/05).

Voor de verkiezing van de bijzitters van de stem- en telbureaus is er geen regelgeving. Alleen voor de voorzitters van de stem- en telbureaus en de bijzitters van de telbureaus zijn er richtlijnen die aangeven wie er sneller gekozen wordt. Gerechtsdeurwaarders, advocaten, magistraten, gerechtelijke stagiairs, hogergeplaatste ambtenaren en onderwijzend personeel komen meer in aanmerking. ‘We hebben mensen nodig die over enig leiderschap en organisatietalent beschikken om alles in goede banen te leiden’, aldus Neirinckx.

Wanneer u opgeroepen wordt om mee te helpen in het tel- of stembureau, bent u daartoe wettelijk verplicht.

Opgeroepen bijzitters en voorzitter kunnen hier geen officieel beroep tegen aantekenen. Wanneer u uw redenen echter voorlegt aan de aangewezen kantonvoorzitter, kan die erover beslissen om u een vrijstelling te geven. Hiervoor vindt u alle informatie op de speciale oproepingsbrief voor bijzitters. Indien u die kwijt bent, kunt u daarvoor terecht bij de lokale rechtbank (of het gemeentehuis).

Net zoals bij afwezige stemmers zijn ziekte, werkomstandigheden en een lang op voorhand geboekte reis vaak gebruikte excuses. Ook in dit geval hoort u een concreet bewijs af te leveren: bijvoorbeeld een doktersattest, een attest van uw werkgever of een attest van 'tijdelijk verblijf in het buitenland'.

Als u op een of andere manier verhinderd wordt in aanloop van de verkiezingen, hoort u dat 48 uur op voorhand te melden en te motiveren aan de hoofdkantonvoorzitter.

Wie niet opdaagt als bijzitter of stemmenteller riskeert een boete van 150 tot 250 euro. Als u die niet betaalt kan het bedrag nog hoger oplopen tot wel 1.600 euro.

De overheid voorziet presentatiegeld voor de stemmentellers en bijzitter, afhankelijk van de faciliteiten ter plaatse en de regio zelf. Het bedrag staat in de brief die u ontving om te gaan helpen, samen met alle andere praktische informatie.

Voorzitters, bijzitters en secretarissen van bureaus met papieren stemformulieren krijgen doorgaans 17 euro in Vlaanderen en 12,50 euro in Wallonië. Waar elektronisch gestemd wordt ontvangt u als bijzitter, voorzitter of secretaris 25 euro in Vlaanderen en 18,75 euro in Wallonië.

Als lid van een bureau heeft u ook recht op een kilometervergoeding van 0,3352 euro per kilometer (Vlaanderen). In Wallonië ligt dat bedrag op vijftien eurocent per kilometer.

In Brussel kiest iedere gemeente het presentatiegeld zelf, maar er is wel een maximum. Ook krijgt de voorzitter er meer dan de andere medewerkers. De kilometervergoeding ligt net zoals in Wallonië op 0,15 euro.

Praktische vragen

Elke stemgerechtigde krijgt normaal gezien een oproepingsbrief in de bus die uitlegt waar en wanneer u moet stemmen, en wat u moet meebrengen. Het kan gebeuren dat u die niet kreeg, maar dat betekent niet dat u niet moet gaan stemmen.

In dat geval moet u een duplicaat aanvragen op het gemeentesecretariaat in uw gemeente. U kan daar terecht tot 12 uur 's middags op de dag van de verkiezingen.

Als u uw oproepingsbrief kwijt bent, volgt u dezelfde procedure: u contacteert uw gemeentehuis voor een duplicaat.

Als u na 1 maart bent verhuisd, dan wordt de oproepingsbrief automatisch verzonden naar uw vorige adres. U moet het duplicaat dan aanvragen in de gemeente waar u tot 1 maart 2019 gedomicilieerd was.

Maar eigenlijk mag het stembureau u toegang tot de stemming niet weigeren, zolang u uw identiteitskaart of verblijfstitel bij hebt.

In geval van diefstal gaat u zo snel mogelijk langs bij de politie, bij verlies doet u best beroep op het gemeentehuis. Als het om een verblijfstitel gaat, kan u alleen bij de politie aangifte doen, bij zowel diefstal als verlies.

Normaal gezien ontvangt u in beide gevallen een voorlopig bewijs van identiteit, wat volstaat om te gaan stemmen.

Uiteraard contacteert u het best ook meteen DOCSTOP (00800 2123 2123) om uw identiteitskaart te blokkeren.

Aangezien het uw wettelijke plicht is, krijgt u geen financiële compensatie om te gaan stemmen.

In bepaalde situaties heeft u recht op een terugbetaling van de verplaatsingskosten.

Dat is het geval voor:

  • Kiezers die na 1 maart verhuisd zijn naar een andere gemeente
  • Loon- of weddetrekkenden die op 26 mei in het buitenland of in een andere gemeente werken (samen met hun samenwonende gezinsleden)
  • Studenten die in een andere gemeente verblijven
  • Personen die in behandeling zijn in een andere gemeente dan die waar ze moeten stemmen.

Op vertoon van uw oproepingsbrief kan u een gratis treinbiljet tweede klasse, heen en terug krijgen. Dit geldt zowel voor de treinmaatschappijen NMBS als het Waalse vervoersbedrijf TEC.

Voor andere vervoersmiddelen moest u ten laatste tegen 26 augustus 2019 langsgaan bij de Dienst Verkiezingen voor een aanvraag tot terugbetaling. Een afgestempelde oproepingsbrief en een attest met basisinformatie (hoofdverblijfplaats, werkgever, onderwijsinstelling, verpleeg- of gezondheidsinstelling) geeft u recht op een terugbetaling van 0,3460 euro per afgelegde kilometer.

Hoe werkt ons parlement en ons kiessysteem?

We stemmen op kandidaat-volksvertegenwoordigers voor de Vlaamse, Waalse, en Brusselse parlementen, het federaal Parlement, en het Europees Parlement. De verkiezingen van de parlementen vinden om de vijf jaar plaats.

De regionale parlementen tellen respectievelijk 124, 75 en 89 zetels. Het federaal Parlement telt in totaal 210 zetels, waarvan 60 voor de Senaat (die niet meer verkozen wordt) en 150 voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het Europees Parlement telt maar liefst 750 zetels, waarvan er 21 voor België zijn weggelegd.

Hoe meer stemmen een partij haalt, hoe meer zetels die krijgt. Het aantal stemmen op de partijen wordt  verdeeld volgens de D’Hondt-methode.

De allereerste zetel vraagt om de meeste stemmen, de volgende zetels steeds minder. De grootste partij heeft dankzij dit systeem sowieso de eerste zetel beet. Het systeem staat dan ook bekend als een systeem dat de grootste partijen bevoordeelt, tot grote ergernis van kleinere partijen.

Het systeem werkt als volgt:

In een fictieve kieskring strijden drie partijen om 6 zetels. Het stemcijfer van partij A bedraagt 1000, dat van partij B 700, en dat van partij C 400. Vervolgens deel je elk stemcijfer door één, twee, drie, enzovoort, tot de tien grootste uitkomsten onder de drie partijen berekend zijn.

Partij A: 1000, 500, 333, 250

Partij B: 700, 350, 233, 175

Partij C: 400, 200, 133, 100

De zes hoogste cijfers (vetgedrukt) staan garant voor een zetel. Partij A krijgt de eerste, derde en zesde zetel. Partij B krijgt de tweede en vijfde, partij C moet zich tevredenstellen met alleen de vierde zetel.

Een belangrijk cijfer voor het systeem is de kiesdeler: het quotiënt van de laatste zetel die wordt uitgedeeld (in dit voorbeeld is dat 333). Als u het stemcijfer— het totaal aantal stemmen van de lijst — deelt door de kiesdeler, komt u ook aan het (afgeronde) aantal zetels uit. Neem nu partij A: 1000/333 = ongeveer 3 zetels.

Het parlement maakt deel uit van de wetgevende macht (in tegenstelling tot de regering, die tot de uitvoerende macht behoort). Dat wil zeggen dat het parlement wetten maakt, maar ook de regering benoemt en controleert. De kiezer heeft dus een indirecte invloed op de vorming van een nieuwe regering.

De grootste partij in het Vlaams, Waals of Brussels Parlement heeft het initiatiefrecht: die mag het eerst een regering proberen te vormen. Weet wel dat een partij op zichzelf zelden een meerderheid heeft. In de plaats daarvan gaat de grootste partij partners zoeken om een coalitie te vormen. We hebben pas een regering als een meerderheid van de parlementsleden groen licht geeft.

Het federaal parlement heeft ongeveer dezelfde functies als de regionale varianten, maar dan op nationaal niveau. Het staat echter niet in voor de benoeming van de regering, dat doet de koning. De Senaat en de Kamer hebben dus alleen een controlerende en wetgevende functie.

De koning nodigt de partijvoorzitters en voorzitter van de Kamer en de Senaat uit voor een audiëntie, met als doel het benoemen van een informateur en een formateur. De informateur wikt en weegt welke regeringsvormingen mogelijk zijn. Pas na de afwegingen kiest onze vorst een formateur, die de taak krijgt om een federale regering te vormen. Als die in zijn opzet slaagt, benoemt de koning hem of haar doorgaans tot premier van de federale regering.

Voor de keuze van een formateur houdt de koning natuurlijk rekening met de stembusuitslag, al hoeft hij geen voorrang te verlenen aan de voorzitter van de grootste partij.

Het Europees Parlement plaatst u best onder dezelfde noemer als de Belgische parlementen. Samen met de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie vormt het Parlement het wetgevende luik van de Europese Unie.

De EU houdt zich bezig met globalere thema’s zoals migratie, klimaat, en de Europese begroting. De gratis roaming in Europa, de inperking van het gebruik van het meest vervuilende plastic en de privacy-hervorming: een handvol maatregelen die de EU in deze ambtstermijn trof.

Tot voor kort had enkel de Commissie het initiatiefrecht om met nieuwe wetten of regelgevingen voor de dag te komen. Sinds het Verdrag van Maastricht (1992) kreeg het Europees Parlement ook initiatiefrecht, maar dan via een verzoek aan de Commissie om wetsvoorstellen te maken.

Binnen de wetgevende macht heeft het Europees Parlement ook een controlerende en benoemende functie. Elk land dat lid wil worden van de EU moet van de instemming van het Parlement genieten. Ook moet de Europese commissievoorzitter door het Parlement goedgekeurd worden. Momenteel is dit Jean-Claude Junker, wiens mandaat eindigt in november 2019.

Onder de noemer van de Brexit wil het Verenigd Koninkrijk al een tijdje uit de Europese Unie stappen, en dus ook zijn parlementsleden terugtrekken. Dit zou betekenen dat de 73 zetels van het VK verdeeld worden onder de overige EU-landen. De Brexit kwam echter te traag op gang, waardoor het VK nu niet meer aan de verkiezingen kan ontsnappen. Ons land zou hier sowieso geen voordeel uit gehaald hebben: België kreeg geen extra zetels toegewezen.

Een kieskring bakent een zone af, waarvan de inwoners op dezelfde kandidaten kunnen stemmen. Doorgaans stellen politici zich kandidaat in de kieskring waar ze wonen, omdat ze daar van meer publieke aanhang genieten.

Bij de indeling van de kieskringen in Vlaanderen gelden de grenzen van de provincies.

De verkiezingen voor de Kamer tellen elf kieskringen: ze komen overeen met de tien provincies plus het Brussel Hoofdstedelijk Gewest. Wallonië deelt zijn kieskringen in volgens arrondissement en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest telt er maar een.

Vlaanderen telt zes kieskringen: vijf voor elke provincie, een voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vanuit Brussel zullen uiteindelijk zes rechtstreeks verkozenen in het Vlaams Parlement zetelen. De overige 118 zetels worden onder de provincies proportioneel verdeeld volgens het inwonersaantal.

Het Waals Parlement telt met zijn elf kieskringen dus veel kleinere kieslijsten.

Bij de verkiezingen van het Europees Parlement wordt België opgedeeld in vier kieskringen (Vlaams, Waals, Brussels Hoofdstedelijk en Duitstalig), om die dan te herleiden naar drie kiescolleges volgens taal: Nederlandstalig, Franstalig en Duitstalig. Brusselaars mogen kiezen tot welk college ze behoren.

Verder is het Europees Parlement opgedeeld in acht fracties: politiek gekleurde stromingen vergelijkbaar met partijen. De 21 verkozen Belgische parlementsleden kiezen onafhankelijk van elkaar tot welke fractie ze willen behoren. De fractieverdeling verloopt dus niet volgens nationaliteit.

Een partij kan alleen in het parlement zetelen als ze de kiesdrempel haalt: 5 procent van het totaal aantal stemmen. De invoering van de kiesdrempel moet de versnippering van de politieke partijen tegengaan. Hoe minder partijen nodig zijn om een regering te vormen, hoe stabieler die regering is, luidt de redenering. Als er minder zetels te verdelen vallen in een kieskring, ligt de drempel hoger, omdat de kiesdeler dan ook hoger ligt. De drempel van vijf procent is wel het minimum.

Om te weten wie mag zetelen, wordt eerst het ‘verkiesbaarheidscijfer’ bepaald: het stemcijfer gedeeld door de som van het aantal toegekende zetels plus één. Iedereen die dat cijfer haalt, krijgt een zetel. Wie dat cijfer niet haalt, kan stemmen krijgen uit de pot. En in de pot zitten de lijststemmen. Beter: de helft van de lijststemmen. Die worden dan verdeeld onder de kandidaten die het verkiesbaarheidscijfer niet haalden. Wie bovenaan de lijst staat, wordt eerst bediend, daarna de tweede, daarna de derde… Tot de lijststemmen op zijn.

Een fictief voorbeeld kan helpen.

De Partij van de Burger kreeg 100 lijststemmen. Lijsttrekker Jan kreeg 50 stemmen. Marie kreeg er 40. Piet 40. Eva 59. Het verkiesbaarheidscijfer is 60.

In de pot zitten 50 stemmen (de helft van de 100 lijststemmen). Jan krijgt er 10 van en heeft zijn 60 stemmen beet. Marie krijgt er 20 en heeft haar stemmen. Piet krijgt er ook 20, heeft zijn verkiesbaarheidscijfer gehaald en nu is de pot leeg. Eva, die vierde op de lijst stond en meer stemmen kreeg dan de nummers twee en drie, grijpt naast een zetel. Ze haalt immers het verkiesbaarheidscijfer niet en de pot met lijststemmen is leeg. Het kleine voorbeeld bewijst dat, hoe hoger de partij je op de lijst zet, hoe meer kans je hebt op een zetel.

Niet-Belgen mogen sowieso niet deelnemen aan de federale en regionale verkiezingen.

Niet-Belgen vanuit een EU-land mogen vanuit België deelnemen aan de Europese verkiezingen als ze zich inschrijven op de kiezerslijst van hun gemeente.

Niet-Belgen die niet uit een land van de EU komen, moeten ten laatste tegen 28 februari ingeschreven zijn op de kiezerslijst en in het bevolkings- of vreemdelingenregister van hun gemeente.

Belgen die langdurig in het buitenland verblijven, moeten stemmen op de Kamerleden en de Europese parlementsleden. Hun inschrijving in het bevolkingsregister moet ook worden bijgehouden in de consulaire beroepspost van het verblijfsland.

De organisatie van de Europese, federale en regionale verkiezingen kost 13 miljoen euro.

Op 26 mei wordt in een klein derde van de gemeenten elektronisch gestemd, in de rest op papier. De 19 Brusselse gemeenten, de gemeenten van de Duitstalige Gemeenschap en 157 Vlaamse gemeenten (52%) hebben die dag stemcomputers geïnstalleerd. In de overige Vlaamse gemeenten en alle Waalse gemeenten worden stemhokjes met een potlood klaargezet.

Alle elektronische stemmachines produceren voortaan een papieren bewijsstuk. Daarmee kan de kiezer nagaan of zijn keuze correct geregistreerd is. De kiezer moet dat bewijsstuk in een urne steken, zodat bij problemen die stemmen nog herteld kunnen worden.

Ook in Brussel is er een nieuwigheid. De kiezer krijgt op het reuzenscherm alle partijen te zien voor het college waarvoor men wil kiezen, zowel die van het Nederlandstalige als van het Franstalige college. Dat is een wijziging die Jan Jambon (N-VA) heeft doorgevoerd. Jambons opvolger Pieter De Crem (CD&V) staat achter de keuze, ‘want zo komt iedereen gelijk aan de start’.

In het verleden leidde het feit dat men eerst de keuze van het kiescollege moest maken vooral bij Vlaams Belang en N-VA tot tandengeknars. Zij kregen na het stemmen vaak van Franstaligen te horen: ‘We wilden wel op jullie stemmen, maar vonden jullie niet op de computer’. Aan dat euvel is nu verholpen.