Hof van beroep Antwerpen: ‘Iedereen plooit zich hier dubbel’
De eerste voorzitter van het hof van beroep in Antwerpen, Rob Hobin. Foto: Photo News

‘Alle gebreken van Justitie komen samen in Antwerpen’, schreef onze krant vanmorgen. Het betrokken hof van beroep reageerde vanmiddag. Dat de moordenaar van Julie Van Espen vrij rondliep, ligt aan een gebrek aan magistraten. ‘Iedereen plooit zich hier dubbel’, aldus eerste voorzitter Hobin.

Even vooraf

De indruk dat de dood van Julie Van Espen vermeden had kunnen worden met een efficiëntere Antwerpse justitie, overheerst. Tegen de verdachte, Steve B., loopt bij het Antwerpse hof van beroep een proces wegens de verkrachting van zijn ex-vriendin. In eerste aanleg kreeg B. daarvoor vier jaar cel. Dat gebeurde in juni 2017. De rechtbank sprak toen geen onmiddellijke aanhouding uit en B. ging in beroep tegen zijn straf. Daardoor was hij tot afgelopen maandag op vrije voeten.

Pas in juni, twee jaar na de uitspraak in eerste aanleg, zal het hof van beroep in Antwerpen die ­zedenzaak ten gronde behandelen. Die beroepsprocedure laat wel erg lang op zich wachten.

‘In november 2018 werd ze voor onbepaalde tijd uitgesteld’, vertelde persmagistraat Jo Daenen gisteren. ‘De zaak was in handen van een kamer die op 1 september 2018 door een gebrek aan rechters werd opgeschort. Ze kwam niet meteen ergens anders terecht, omdat die agenda’s al waren volgeboekt.’

De voorbije jaren voerde minister van Justitie Koen Geens enkele veranderingen door om de efficiëntie van de hoven van ­beroep op te drijven. De belangrijkste wijziging is de verplichting om sinds januari 2016 burgerlijke zaken met slechts één raadsheer (in plaats van drie) te behandelen. Maar in Antwerpen gebeurde dat niet vaak. De vorige eerste voorzitter van het hof vond het immers belangrijk dat zo veel mogelijk zaken door drie rechters zouden worden behandeld om tot een evenwichtige rechtspraak te komen.

Reactie van het hof van beroep

‘In eerste instantie wil ik onze verslagenheid toen we het nieuws vernamen van Julie Van Espen uitdrukken. Dat heeft ons erg aangegrepen op menselijk vlak, maar ook omdat het de kern raakt van de waarden in ons vak die we willen uitdragen. Het is een van onze hoofdbekommernissen om heel redelijke doorlooptijden te hebben. Die hadden we, en daar waren we trots op,’ stelde de eerste voorzitter van het hof van beroep, Rob Hobin.

Toch erkende hij dat de doorlooptijd in de zaak van Steve B. veel langer was. ‘Is een behandeltijd van twee jaar voor een procedure in hoger beroep normaal? Nee, dat is echt niet normaal.’ Maar de kamer die de zaak Steve B. ging behandelen, werd vorig jaar afgeschaft. ‘Mijn voorganger zag zich daartoe gedwongen omdat er vier strafrechters met pensioen zouden gaan.’

Burgerlijke rechters kunnen zich niet zomaar in hoger beroep over strafzaken buigen, zegt Hobin. ‘In hoger beroep heeft elke burger het recht op iemand die gespecialiseerd is in strafrecht.’ Voor een bevalling ga je ook niet naar de oogarts, aldus de voorzitter.

‘In totaal werden door de sluiting van de kamer een zestigtal zaken uitgesteld. Daar zijn drugszaken en diefstallen bij, maar er wordt nu nagegaan of er ook zedenzaken tussen zitten,’ aldus Hobin. De zaak Steve B. wordt op 5 juni behandeld. (Dat is niet de moord op Julie Van Espen voor alle duidelijkheid, wel het beroep over een vorige verkrachting.)

Reorganisatie

Er is een probleem van onderbezetting, dat probleem is erg reëel, aldus Hobin. ‘Ik heb geen zin in semantische discussies of we toch niet voldoende volk hadden. Toen ik mijn beleidsplan schreef in de zomer van 2018 kende ik ook deze situatie. En daarom schreef ik dat we in elk geval moeten garanderen dat strafzaken en zaken met minderjarigen een korte doorlooptijd hebben. Die zaken raken de mensen het meest in hun hart.’

Hobin is bezig aan een reorganisatie van het hof van beroep omdat hij weet dat het personeelsprobleem niet meteen opgelost is. Hij zal vanaf september inderdaad vaker een beroep doen op alleenzetelende raadsheren. Dat levert tijdswinst op. ‘Bij ons levert dat een winst op van elf procent, of vier raadsleden.’ 

Maar alleenzetelende raadsheren zijn geen wondermiddel, aldus Hobin. ‘Dat is geen kwaliteitsbevorderende maatregel.’ Ook de Hoge Raad voor de Justitie heeft al gewaarschuwd voor kwaliteitsverlies met alleenzetelende raadsheren in hoger beroep. ‘Dat is niet zo moeilijk te begrijpen. Drie weten meer dan een. In elke zaak zit een subjectief aspect.’ Hobin vindt het eigenlijk logisch dat als een oordeel van een rechter in hoger beroep veranderd wordt, dat dat door meer dan één rechter gebeurt. Anders wordt enkel de subjectiviteit van de ene rechter veranderd door dat van een andere rechter.

‘Iedereen plooit zich dubbel’

Hobin beklemtoonde dat er heel hard gewerkt wordt op het hof van beroep in Antwerpen. ‘Iedereen plooit zich hier dubbel. Het aantal ziektedagen is maar 1,80 procent van de tijd. In de privé is dat 5 procent, bij de federale overheid is dat 7 procent. Ook al zitten we hier met veel 50-plussers. Er zijn zelfs gepensioneerden van 70 jaar die voor ons werken.’

Voorzitter Hobin stelde op het einde van de persconferentie dat hij niet met een steen naar de minister van Justitie wou gooien. ‘Er moeten meer middelen in justitie geïnvesteerd worden. Dit is een collectief falen van ons allemaal.’ Alleen, zei hij ook, is de media hier pas in geïnteresseerd als er een crisis is.

 

 

De integrale tekst van de persconferentie