Jos Geukens en Timur Khial ontmoeten elkaar in hun thuisstad Geel. Timur: ‘Ik weet even niet zo goed hoe ik dit kan verwoorden.’ Jos: ‘Neem uw tijd, ik luister. Dit is belangrijk.’

Jos Geukens (56), arbeider in de chemiesector, en Timur Khial (24), IT-systeembeheerder, zijn om 15u al goed op dreef in hun gesprek in Het Forum, een brasserie op de Grote Markt van Geel. ‘We zijn hier allebei op hetzelfde moment toegekomen en we praten eigenlijk al een halfuur over van alles’, zegt Jos opgetogen. ‘Timur en ik komen allebei uit Geel maar kwamen mekaar nog nooit eerder tegen. Dit is nu al een fijn gesprek.’

De Belgische staatsstructuur en politiek is hun eerste, zware gespreksonderwerp. ‘We leven in een land met twee snelheden. Soms lijkt het of Vlaanderen en Wallonië een getrouwd koppel zijn die wel willen scheiden, maar tegelijk willen blijven samenwonen’, zegt Jos. Timur knikt. ‘Wat vind je van de huidige politiek?’, vraagt hij. Jos heeft er minder vertrouwen in dan de jonge twintiger. ‘We wonen en leven in een particratie, waarin de politieke partijen aan de touwtjes trekken. De partijvoorzitters hebben het voor het zeggen’, zegt Jos. ‘Alle politieke benoemingen worden via geheime afspraken vastgelegd. Daar heb ik het heel moeilijk mee. Puur kiezersbedrog is het eigenlijk.’

Timur knikt opnieuw, maar countert ook: ‘De politiek en haar partijen vormen de samenleving waarin we vandaag leven door allerlei beslissingen en wetten. Maar als je onze politiek systeem vergelijkt met pakweg Rusland of Venezuela, besef je dat het hier nog niet zo slecht is.’

‘We wonen en leven in een particratie’
Foto: Boumediene Belbachir

Alles behalve voetbal

De twee laten geen gespreksthema onaangeroerd: de Belgische politiek en de Europese Unie passeren de revue, maar Jos en Timur hebben het ook over migratie, de maatschappelijke vooruitgang, de schoolstrijd van 1958 en de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. ‘Op vlak van politiek interesseer ik me voornamelijk in defensie. Moeten we er meer of minder budget aan besteden, wat met de F-35’s?’, zegt Timur. ‘Alles interesseert mij eigenlijk’, zegt Jos. ‘Behalve voetbal!’, valt Timur hem al lachend bij. ‘Ha! Ja dat is waar. Daar weet ik niet veel over. Vraag me zeker niet wie er vandaag nog in de Champions League speelt.’

 

Jos en Timur zijn duidelijk twee gelijkgestemden, praten honderduit, maar laten elkaar ook geduldig uitspreken. Ze zijn belezen en Jos heeft behalve de kranten De Tijd en De Standaard ook een lijst van mogelijk te bespreken thema’s. Timur duidt ‘Onderwijs’ aan en zegt dat hij het ASO,- BSO-, en TSO-systeem in België ronduit stigmatiserend vindt. ‘Van mijn ouders moest en zou ik ASO volgen. Maar mocht ik nu opnieuw kunnen kiezen, zou ik TSO volgen. Die richting past veel meer bij mijn talenten. In mijn ogen worden heel veel leerlingen verwaarloosd in het huidige systeem.’ Jos beaamt. ‘We moeten af van die waardeoordelen over de verschillende richtingen in het onderwijs. We hebben iedereen nodig. Het onderwijs moet meer maatwerk voor de kinderen zijn.’ Timur: ‘Absoluut.’

‘We wonen en leven in een particratie’
Foto: Boumediene Belbachir

 

Afghaanse vluchtelingen

Na een nieuwe ronde drankjes vatten ze hun volgend gespreksonderwerp aan. ‘We hebben het nu al heel lang over de Belgische politiek gehad. Nu wil ik het met u eens over migratie hebben in België hebben’, zegt Timur. ‘Zelf ben ik hier in 2000 samen met mijn ouders toegekomen als Afghaanse vluchtelingen. Als eerste-generatie allochtoon voel ik niet dat ze in België onverdraagzaam tegenover migranten. Ik ervaar onze migratie als een positieve ervaring. De opvang van migranten in België is heel degelijk.’ Jos knikt, maar kijkt ook met een twijfelende blik. ‘Gelukkig waren jullie ervaringen positief, maar er zijn ook andere verhalen waarbij de tranen je zo in de ogen komen, denk ik.’ Dat beseft Timur ook. ‘Ik heb er geen rechtstreekse ervaring mee, dus mijn informatie komt uit de media, maar in het repatriëringscentrum 127 bis (in Steenokkerzeel, red.) vinden er schrijnende toestanden plaats’, zegt Jos.

Complementair

Het duo is al ruim twee uur bezig. ‘Ik wilde op een respectvolle manier in debat treden en dit is helemaal hoe ik het verwacht. Soms had ik het gevoel dat ik misschien meer aan het luisteren was dan zelf aan het spreken, maar dat heb ik zeker niet negatief ervaren. Als ik zaken wilde toevoegen, heb ik dat altijd gedaan.’ Jos heeft het over een complementair gesprek. ‘In veel onderwerpen hebben we elkaar gevonden en we stemden in veel zaken overeen. Ik hoorde nog nooit migratie-ervaringen uit eerste hand. Het was altijd “van horen zeggen”. Terwijl ik het wel nauw volg en de correcte feiten kennen fenomenaal belangrijk is.’