Dirk Geysen (69), een wetenschapper op rust en Ralph Notarpietro (57), postbode, treffen elkaar in een hippe koffiebar in Aarschot. Vandaag is het voor hen D-Day in de parel van het Hageland.

Terwijl ze wachten op hun koffie en bruiswater – later schakelen ze over op wijn – schuift een grijze wolk voor de zon. ‘Het weer is echt onvoorspelbaar dezer dagen’. Een praatje over het weer werkt altijd, maar Dirk en Ralph weten dat ze daarom niet naar hier zijn gekomen. Het gesprek wordt al direct op gang getrokken door Dirk. Hij vertelt dat hij in 2011 ook al meedeed aan de G1000, een Belgische overlegvergadering van gewone burgers over thema’s die zij van belang vonden voor de politiek in België. ‘Het grote gelijk doet me er wat aan terugdenken, al is de politiek er sindsdien zeker niet op verbeterd.’ Dat zegt hij deels lachend, deels gemeend.

Ralph vult hem knikkend aan. ‘Ons partijpolitieksysteem deugt niet. We kunnen moeilijk de hele Belgische parlementaire democratie in vraag stellen, maar wat is tegenwoordig nog democratisch? Het land wordt bestuurd vanuit Antwerpen en de Wetsraat en de partijvoorzitters besluiten wat er gebeurt. De verdeel-en-heers-tactiek van de politici werkt polarisering in de hand.’

Na nog geen vijf minuten lijken de heren elkaar al gevonden te hebben. ‘Er wordt niet geluisterd naar ons. Mensen zouden meer inspraak moeten krijgen en vooral op lokaal vlak’, vindt Dirk. Met dat laatste is Ralph niet akkoord, hij gelooft niet echt in het bottom-upprincipe. Een eerste (klein) meningsverschil komt zo aan de oppervlakte. Inzetten op meer inspraak voor steden en gemeenten is volgens Dirk dé oplossing om meer samenhorigheid te creëren in onze maatschappij. ‘Er moet meer worden samengewerkt, want nu wordt iedereen continu tegen elkaar opgezet en wordt er over-geconcurreerd. De huidige concurrentie is dodelijk.’ Die concurrentie is volgens Ralph noodzakelijk, en belangrijker nog: ‘bepaalde problemen kan je niet oplossen door samenwerking en samenhorigheid. Het zijn de rijke bedrijven en de rijke mensen die de touwtjes in handen hebben. Zij bepalen uiteindelijk wat er wel en niet gebeurt.’

 

 

It’s all about the money

Door over concurrentie te discussiëren, schuift het gesprek op naar het probleem van overconsumptie. Iphones die maar twee jaar meegaan vindt Dirk niet normaal, maar ‘daar moeten de mensen in China wel van leven’, antwoord Ralph. ‘Wil je die terug de rijstvelden insturen?’ speelt hij advocaat van de duivel.

Van kapotte Iphones gaat het naar auto’s die je steeds sneller moet vervangen en plots zijn ze verwikkeld in de hele diesel-benzine discussie. Als wetenschapper ergert Dirk zich aan het feit dat er niet genoeg sluitend onderzoek is over wat nu precies schadelijker is en wat dan het beste alternatief is. ‘Hoe dan ook moet er meer draagvlak komen voor goede alternatieven, we moeten allemaal akkoord gaan met een propere oplossing, al is het niet zo zwart-wit.’ ‘Dat gaat niet gebeuren,’ zegt Ralph, ‘want niet iedereen kan dat betalen. En, let’s face it: it’s all about the money.’ Dat vindt Dirk een waardeloos argument. ‘Te dikwijls wordt er gezegd dat bepaalde zaken te veel kosten. Vele dingen zijn betaalbaar en er is altijd geld, maar we moeten het er wel aan willen besteden.’

‘De mensen moeten misschien wat meer burgerlijke ongehoorzaamheid tonen’, voegt Dirk er nog aan toe, maar daar is Ralph niet mee akkoord. Dat lokt volgens hem vooral geweld uit en lost niks op. ‘Kijk maar naar de gele hesjesbeweging: zonder leiderschap vormen ze een anarchistisch gezelschap. En mei ’68 was ook niet zo vreedzaam, lijkt me.’ Dat anarchie niet de oplossing is, daar zijn ze het samen over eens, maar ‘een brede laag van de bevolking die gehoord wil worden is een belangrijk signaal naar politici toe’, vindt Dirk. ‘Ze mogen niet te snel een antwoord verwachten en dat is waar het soms fout loopt.’

De buik van de maatschappij

Ralph pikt daar handig op in en snijdt zo het thema van de Brexit en de Europese Unie (EU) aan, ‘want daar loopt het ook allemaal goed fout'. Nu komen de tegenovergestelde meningen manifester aan de oppervlakte. Ralph vindt ‘de honderduizenden verdragen en regels’ overbodig en de besluitvorming van de EU laat volgens hem te wensen over. ‘Ze kunnen niet eens beslissen over zomer- en winteruur, kom aan zeg.' Voor Dirk is het een kwestie van gezond verstand gebruiken en compromissen zoeken.

Het gaat al snel over de regels van de EU rond migratie en ook daar kunnen ze elkaar niet volledig vinden. ‘Mensen zomaar terugsturen is niet de oplossing’, meent Dirk. ‘De kraan heeft lang genoeg opengestaan, nu moet die terug dicht’, vindt Ralph. ‘Specialisten zeggen dat een fysieke grens geen goed idee is, maar zij hebben geen gevoel met de buik van de maatschappij. Een kleine groep mensen bepaalt te vaak wat de gangbare mening is, er wordt te weinig geluisterd naar een groot deel van de bevolking.’ Ralph spreekt uit ervaring. Hij hoort zijn collega’s van de Post wel vaker bezig dat hen te veel van bovenaf wordt opgelegd hoe ze moeten denken. Daar toont Dirk begrip voor: ‘jij kan het weten, je zit er middenin.’

Dictator

Ralph reageert licht ironisch dat het uiteindelijk toch altijd allemaal om politiek gaat. ‘Soms geloof ik dat een dictator niet altijd een slecht idee is.’ Dirk kijkt bedenkelijk. ‘Voor heel even. As hij ons in een duidelijke richting heeft gestuurd, zetten we hem weer af.’ Ralph weet dat hij wat aan het shockeren is, maar wil vooral duidelijk maken dat er nood is aan politici met een sterkere ruggengraat. Voor Dirk hoeft een politicus met ruggengraat niet per direct een dicator te zijn, maar hij is het er wel mee eens dat de hedendaagse politiek niet werkt. En zo is de cirkel weer rond: ‘we komen altijd tot dezelfde conclusie: ons politiek systeem werkt toch niet helemaal’, besluit Dirk.

Dat is meteen ook dé consensus die uit het hele gesprek het meest naar voren komt. Ze zijn nog lang niet uitgepraat, maar het is ondertussen opgeklaard en op een zaterdag hebben ze nog wel dingen te doen. Na bijna drie uur praten houden ze het voor bekeken, maar ze zijn tevreden over het gesprek. ‘Het verliep heel vlot. Het grote gelijk creëert een gezonde goesting tot discussie’, sluit Dirk af. ‘We zaten meer op dezelfde golflengte dan gedacht. Mits wat nuances hier en daar’, vult Ralph nog aan.