donderdag 18 april 2019 - Binnenland
camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

De grote hal van het station Brussel-Noord ligt bezaaid met karton, doeken en soms matrassen, met daarop tientallen transmigranten. 

ReportageVanuit Brussel-Noord, hun groezelige en ongewilde woonplaats, spreiden zich nog steeds elke avond honderden transmigranten uit over Vlaanderen, op zoek naar een beter leven.

‘Ik moet hier vechten om te overleven. Dan sterf ik liever thuis’

‘Grootste online ontradingscampagne ooit’ Lees verder onderaan

Van onze redacteur 

BrusselAls Michael door de besmeurde ramen van de onderste verdieping van het Brusselse Noordstation naar buiten kijkt, ziet hij meermaals per dag mensen op de internationale busverbinding naar Londen stappen. De Soedanees, die drie dagen geleden zijn negentiende verjaardag vierde, zoekt hier al twee maanden een kans om daar te geraken.

‘Toen ik een kind was, droomde ik al van Engeland’, vertelt hij in uitstekend Engels. ‘Ik wil er mijn opleiding marketing verderzetten.’ Vanavond onderneemt Michael geen zoveelste poging om op snelwegparkings in een vrachtwagen te geraken – daarvoor is zijn rechterbeen nog niet genoeg hersteld van een val. Alle vorige pogingen draaiden op niets uit.

‘Als mijn moeder zou weten dat ik hier op straat moet slapen … Dat zou ze niet overleven’ Michael Soedanese transmigrant

‘Ik wil mijn leven kunnen starten’, zegt hij. ‘Ik heb er altijd van gedroomd een vrouw te leren kennen en kinderen te kunnen opvoeden en laten studeren in een warm huis. Dat was onmogelijk in Soedan. Europa betekende hoop voor mij. Maar zie mij hier nu zitten.’ Michael vertelt dat hij af en toe nog naar zijn zieke moeder belt. ‘Ik moet tegen haar liegen. Ik zeg dat ik hier mijn eigen thuis heb. Als ze zou weten dat ik op straat moet slapen … dat overleeft ze niet.’

Rond hem pikken duiven broodkruimels en andere etensresten op. De witte tegels in de grote hal liggen bezaaid met karton, doeken en soms matrassen, met daarop tientallen lotgenoten. De meesten zijn jonge mannen, maar er zijn ook vrouwen en ouderen bij. De transmigranten kwamen bijna allemaal van Afrikaanse landen als Eritrea, Ethiopië, Somalië of Soedan via Libië en Italië naar hier. In totaal zijn ze vanavond in het station met honderden. De autoriteiten krijgen het probleem maar niet onder controle.

De transmigranten reizen dagelijks naar snelwegparkings. 

Wie binnenkomt via de schuifdeuren die leiden naar de bushalte van De Lijn, wordt begroet door Teklu Nega. ‘Maar noem mij maar Joseph’, zegt de 48-jarige Ethiopische christen. Hij wisselt ‘bonjour’ en ‘salaam aleikum’ met elkaar af, en biedt naast een stuk brood een deel van zijn matras aan. Thuis werkte hij als ober, tuinman en poetshulp, maar in deze hoek zit hij al acht maanden te wachten. Waarop? Hij lacht zijn gapend gebit bloot, en wijst met zijn twee wijsvingers naar boven.

‘Ik beloof je een mirakel’, staat buiten op de muur achter hem geschilderd. Elke paar minuten stapt er een jongeman naar buiten om ertegen te urineren. Een van hen heeft enkel kousen aan. De geur is indringend. Het bord van De Lijn geeft het vertrek van een bus elk halfuur naar Ninove aan. Een ervan staat te ronken, passagiers zijn er niet te zien. ‘Logisch’, zegt de chauffeur, die anoniem wil blijven. ‘De mensen moeten helemaal rondgaan. Als we een pauze willen nemen, moeten we alle waardevolle spullen meenemen, of ze zijn weg. Hier is een grote opkuis nodig.’ Na protest van de chauffeurs wordt de halte binnenkort verplaatst.

Nachtelijk gehuil

Binnen poetst iemand zijn tanden. Muziek weerklinkt uit smartphones, die alomtegenwoordig zijn. De 22-jarige Youssef vertelt hoe hij zijn vrienden Mohammed en Brahim in Libië leerde kennen. Drie jaar lang werkte hij daar om vijfhonderd euro bijeen te sparen voor de overtocht, die hij vorige zomer uiteindelijk maakte. Hij was gevlucht uit Soedan nadat regeringstroepen zijn bergdorpje waren binnengevallen en hadden vernield. Op een bankje staren de drie voor zich uit, af en toe onderbroken door een lach.

Michael komt erbij staan. ‘Sommige blanke mensen die hier voorbijlopen, lachen met ons’, zegt hij. Met zijn modieuze kapsel, snorretje en knalrode sportschoenen past hij zo in de hipste Brusselse buurten. ‘Ze wijzen, filmen ons en zetten dat dan op Facebook of Youtube. Dat doet zo’n pijn. ’s Nachts huil ik er soms van. Ik ben geen sukkelaar.’ Michael heeft hier te veel tijd om na te denken, zegt hij. ‘Ik vraag me af waarom ik hier ben. Ik moet vechten om te overleven, en niemand geeft om mij. Dan sterf ik liever thuis.’

Het is acht uur, en buiten is de voedselbedeling begonnen. De rij is lang, iemand die probeert voor te steken, wordt kordaat naar achter gestuurd. ‘The daily path never ends’, staat op de achterkant van de trui van iemand die aanschuift. Ook Hamid, een 20-jarige Kameroener, staat in de rij. Drie dagen per week probeert hij in het Verenigd Koninkrijk te geraken. Hij kan het kleine kartonnen bakje met daarin kip, aardappelen en erwten smaken. De vuilnisbakken zitten overvol, iemand gooit een papiertje op de grond. Er wordt voetbal gespeeld. In enkele groepjes gaan de halve liters bier gretig rond.

Zonder identiteit

De duisternis valt, en in de vertrekhal van het station wordt het drukker. Rond negen uur turen tientallen migranten naar het zwarte aankondigingsbord. Enkelen kopen een ticket, de meesten gaan rechtstreeks naar het perron. Een twintigtal transmigranten neemt de roltrap naar spoor vier, waar de trein naar Gent vertrekt. Die passeert langs Wetteren, waar een grote snelwegparking is. Een tiental stapt door naar spoor 11, richting Antwerpen.

Een groepje van zeven Eritreeërs, onder wie één vrouw, gaat helemaal voorin zitten in de trein richting Antwerpen. Eén landgenoot van hen, die zijn naam niet kwijt wil, zet zich apart. In tegenstelling tot de anderen heeft hij geen spullen bij zich. ‘Dit is de derde keer dat ik naar Antwerpen-Berchem spoor’, vertelt hij. Pas zes maanden geleden kwam hij in Europa aan. Hij heeft zijn vader en moeder nooit gekend, zegt de twintigjarige, en groeide staatloos en zonder identiteit op in Ethiopië. ‘Ik ben niemand’, zegt hij, half lachend.

‘Sommige blanke mensen lachen met ons. Dat doet zo’n pijn. Ik ben geen sukkelaar’ Michael Soedanese transmigrant

Hij leerde Engels doordat hij op straat sliep tegenover een taalschool, waar hij gratis lessen mocht volgen. ‘Plots hoorde ik dat mijn moeder in het Verenigd Koninkrijk zou wonen’, zegt hij. ‘Ik wil haar gaan zoeken, maar ik heb geen idee waar of hoe.’

Een groot hart

Van het station van Berchem stapt het groepje het plein over naar tram negen, richting linkeroever. Fikr (26) en Ardat (22) stappen hand in hand. Het Eritrese koppel vluchtte samen uit de hoofdstad Asmara, op zoek naar een beter leven. Acht maanden brachten ze door in Libië. Al sinds begin dit jaar leggen ze elke dag dit traject af, behalve op zaterdag en zondag. ‘Dan rijden er weinig vrachtwagens.’

Op de tram houden ze niet op met lachen en praten tegen elkaar. Daarna stappen ze over op de bus richting Sint-Niklaas. Bij de eerste halte in het dorp van Kruibeke stapt het groepje uit. Van hier is het nog een dik halfuur wandelen naar de snelwegparking. De lange dreadlocks van Fikr wapperen in de wind. De goudkleurige oorbellen van Ardat lichten op in het donker, net als haar witte, geborduurde trui. Er staat een groot hart op getekend, met daarin het woord ‘never’.

‘Grootste online ontradingscampagne ooit’

Nog steeds dolen duizenden migranten rond in ons land, velen in de hoop het Verenigd Koninkrijk te bereiken. Minister van Asiel en Migratie Maggie De Block (Open VLD) lanceerde gisteren ‘de grootste online ontradingscampagne ooit’, gericht op potentiële migranten. ­‘Migranten kloppen op ­onze poorten en vragen asiel aan terwijl de kans bijzonder klein is dat ze daar recht op hebben’, zegt De Block. ‘Dit veroorzaakt een enorme overlast voor onze diensten en zet ons asielsysteem en onze gastvrijheid onder druk.’

De regering wil met de campagne duidelijk maken dat transmigranten kunnen kiezen tussen asiel aanvragen of het land verlaten, maar dat illegaal verblijf niet kan. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft zich voor de campagne laten inspireren door eerdere acties van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. ‘De campagne zegt duidelijk waar het op staat, maar blijft wel respectvol naar de migranten toe’, zegt De Block. Ze zal een halfjaar lopen. Er start ook een Facebook­campagne gericht op bepaalde doelgroepen, zoals Palestijnen en Marokkanen. (mv)

De podcasts van
De Standaard