Helft gekapte bomen niet opnieuw aangeplant
Foto: Servaas Van Belle
De voorbije vijf jaar verdween opnieuw meer bos in Vlaanderen dan er bijkomt.

De voorbije vijf jaar is 1.187 hectare bos tegen de grond gegaan. Dat zou geen probleem mogen zijn, want wie een kapvergunning vraagt, moet de gerooide bomen op een of andere manier compenseren. Alleen: die compensatie blijkt in de praktijk al te vaak dode letter. Net iets meer dan de helft van alle omgehakte bomen wordt uiteindelijk vervangen door nieuw aangeplante op een andere locatie.

‘Een flop’, noemt Vlaams Parlementslid Elizabeth Meuleman (Groen) het Vlaamse bosbeleid. Zij vroeg de cijfers op bij bevoegd minister Koen Van den Heuvel (CD&V). ‘Alle luchtvervuiling en klimaatproblemen ten spijt worden er dagelijks groene longen gekapt ter grootte van een voetbalveld.’

Ironisch genoeg is een van de redenen voor het slabakkende compensatiefonds het feit dat mensen meer bossen dicht bij de deur willen. Rond steden als Gent, Kortrijk en Mechelen komen wel meer groene longen, alleen is grond daar pakken duurder. Dus kan het Agentschap minder oppervlakte kopen met de beschikbare fondsen.

Zo’n kwart van alle gerooide bossen moet niet gecompenseerd worden omdat het om te kleine oppervlaktes gaat of omdat die bossen eigenlijk heidegrond moeten zijn. Bij alle gerooide bossen boven de drie hectare moet de ontbosser zelf bomen bijplanten. Bij alles onder de drie hectare volstaat het om een bijdrage te doen aan het compensatiefonds. Daarmee gaat het Agentschap Natuur en Bos dan aan de slag om gronden te kopen voor nieuwe bossen.