Leerlingen meer gemotiveerd voor wiskunde, al zijn er zorgen
Foto: Hollandse Hoogte / David Rozing

Leerlingen van de eerste jaren in het secundair onderwijs zijn meer gemotiveerd dan negen jaar geleden voor het vak wiskunde. Maar voor sommige onderdelen van het vak scoren ze bedroevend slecht.

Een nieuwe peiling naar het wiskunde-onderwijs, afgenomen in de A-stroom van de eerste graad secundair onderwijs bij 2.985 leerlingen uit 104 scholen, toont een erg wisselend beeld.

Op sommige onderdelen van het wiskunde-onderwijs scoren onze jongeren goed. Maar er zijn ook donkere pijnpunten.

Voor 'getalinzicht' haalt 73 procent de eindtermen, voor ruimtemeetkunde zelfs 96 procent.

Voor de toetsen ‘algebraïsering’ (57% haalt de eindtermen), ‘omgaan met data’ (60% haalt de eindtermen) ‘meetkundige begripsvorming’ (64% haalt de eindtermen) en ‘meetkundige procedures: constructies’ (57% haalt de eindtermen) behaalt nog meer dan de helft van de leerlingen de eindtermen.

De onvoldoendes? Voor ‘evenredigheden’ is dit iets minder dan de helft (45% haalt de eindtermen). Voor de toetsen ‘bewerkingen’ (22% haalt de eindtermen) en ‘rekenen met veeltermen’ (28% haalt de eindtermen) zijn de resultaten teleurstellend.

Bij de vergelijking van de peilingsresultaten van 2018 met die van 2009 verschilt de trend van toets tot toets. Voor de toetsen ‘getalinzicht’, ‘rekenen met veeltermen’, ‘algebraïsering’ en ‘meetkundige begripsvorming’ blijven de resultaten nagenoeg stabiel tussen de peiling in 2009 en de peiling in 2018. Voor de toetsen ‘bewerkingen’, ‘evenredigheden’ en ‘meetkundige procedures: constructies’ is er een achteruitgang ten opzichte van 2009. Voor ‘ruimtemeetkunde’ en ‘omgaan met data’ stellen we een vooruitgang vast ten opzichte van de vorige peiling.

Op toetsen waarbij bewerkingen moeten worden gemaakt of gerekend wordt met veeltermen, doen de leerlingen het minder goed dan in 2009. Ze halen zelfs ronduit teleurstellende resultaten. Voor de toetsen 'bewerkingen' haalt slechts 22 procent de eindtermen en bij 'werken met veeltermen' is dat nauwelijks beter: 28 procent.

Opvallend: de motivatie van leerlingen voor het vak wiskunde gaat vooruit. Zeker bij meisjes. De meeste leerlingen vinden dat wiskunde hen helpt in het dagelijks leven. Ze willen goed presteren voor wiskunde om het volgende schooljaar de studierichting van hun keuze te kunnen volgen.Twee derde zegt het graag te doen.

Hilde Crevits: ‘Globaal genomen worden de eindtermen Wiskunde minder gehaald dan de eindtermen Taal. Ben ik daar blij mee? Nee, maar we moeten wel de resultaten laten zien. Ik zie hier de bevestiging in van de keuzes die we al gemaakt hebben, die elementair en noodzakelijk zijn. We kunnen een omslag maken met de nieuwe eindtermen, met de hervorming van de inspectie. Maar de resultaten daarvan zal je sowieso pas binnen enkele jaren zien. De kwaliteitscultuur is een groot punt waaraan nu gewerkt moet worden.’