Becaus slaat terug naar ‘laaghartige’ partijgenoot Peumans: ‘Hij moet zijn mond houden over mijn commissiewerk’
Jan Becaus. Foto: BELGA

Jan Becaus (N-VA) pikt de kritiek van partijgenoot Jan Peumans op zijn verdiensten als gecoöpteerd senator niet. ‘Ik mis geen enkele vergadering, dat kan van hem niet gezegd worden’, klinkt het in een lezersbrief aan Knack.

‘In de regel reageer ik nooit op scheldproza, maar de uitlatingen van Jan Peumans in Knack van 27/2 dwingen mij ertoe’, zo verwijst Jan Becaus in zijn lezersbrief naar een Knack-interview waarin de parlementsvoorzitter uithaalde naar het voormalige VRT-nieuwsanker.

‘Peumans is nog altijd razend, omdat ik en niet zijn goede vriend Huub Broers gecoöpteerd senator is geworden. Mocht ik geweten hebben wie er allemaal kandidaat was voor de functie, had ik zelfs nooit gekandideerd,’ schrijft Becaus.

Peumans verweet Becaus in het interview met Knack ook dat hij binnen N-VA nooit een afdeling had geleid of een conflict had helpen oplossen voor hij senator werd. ‘Uiteraard niet, ik was geen lid van N-VA en had geen enkele binding met die partij’, verdedigt Becaus zich.

Minder uitstraling dan kopje koffie

Peumans had voorts gezegd dat een leeg kopje koffie meer uitstraling heeft dan de voormalige nieuwslezer. 'Doet Becaus iets, behalve vergaderingen bijwonen in de Senaat? Daarvoor strijkt hij zijn centen op.' 

In zijn antwoord schrijft het voormalige nieuwsanker: ‘Wat mijn activiteiten in de senaat betreft, ik heb tot nog toe geen enkele commissievergadering of plenaire vergadering gemist, wat van de heer Peumans niet kan worden gezegd. Over wat ik in de commissie institutionele zaken al dan niet verricht, moet Peumans zijn mond houden, want hij zit niet in die commissie.’

Tot nu toe wilde Becaus weinig of niets kwijt over zijn werkzaamheden in de Senaat. ‘U weet dat mijn partij de Senaat wil afschaffen en daar sta ik nog altijd helemaal achter’, vertelde hij enkele jaren geleden over zijn moeilijke positie in dSWeekblad. ‘Het werk dat in de Senaat gebeurt, moet eigenlijk in de wetgevende kamer gebeuren.’