Vanavond pas uitspraak over aanslag Joods Museum
Mehdi Nemmouche Foto: Palix

In het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum van België wordt ten vroegste vanavond een uitspraak verwacht. De jury beraadt zich al sinds dinsdagnamiddag over de 56 schuldvragen.

Aanvankelijk werd de uitspraak vanmorgen verwacht, maar nu laat het federaal parket weten dat het later zal zijn. Pas vanavond allicht.

Bij de aanslag op het Joods Museum, op 24 mei 2014, vielen vier doden: Emanuel en Miriam Riva, een Israëlisch echtpaar, en museummedewerkers Dominique Sabrier en Alexandre Strens.

Het federaal parket vervolgt twee mannen, Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer, voor hun aandeel in die aanslag. Het openbaar ministerie heeft gevraagd Nemmouche schuldig te verklaren voor vier moorden met terroristisch karakter en illegaal wapenbezit. Bendrer moet volgens het openbaar ministerie schuldig verklaard worden als medeplichtige aan vier moorden met terroristisch karakter en illegaal wapenbezit.

De jury moet zich eerst uitspreken over de vraag of Mehdi Nemmouche schuldig is aan doodslag met terroristisch karakter op Emanuel en Miriam Riva, Dominique Sabrier en Alexandre Strens. Nadien moet ze beslissen of de doodslag met voorbedachtheid is gepleegd, en of het dus om een moord gaat. Die vragen moeten per slachtoffer beantwoord worden.

De verdediging ontkent

De verdediging ontkent dat het om een terroristische aanval ging. Sebastien Courtoy, de advocaat van Nemmouche, pleitte vorig week dat zijn cliënt voor een organisatie van Libanese en Syrische sjiieten had gewerkt als een soort van geheim agent. En zij zouden hem de aanslag op het Joods Museum in de schoenen hebben geschoven.

Die aanslag zou ook geen echte aanslag zijn geweest, maar een gerichte afrekening met drie van de vier slachtoffers. Het gepensioneerde Israëlische echtpaar Riva zou, volgens Courtoy, voor de Israëlische geheime dienst Mossad hebben gewerkt. De vader van museummedewerker Alexander Strens zou ook gelinkt zijn aan een geheime dienst.

Nacer Bendrer zegt dan weer volkomen onschuldig te zijn. ‘Nemmouche heeft me om een wapen gevraagd, maar ik heb dat niet gegeven. Ik heb veel stommiteiten gedaan, maar hiermee heb ik niks te maken. Ik besef dat de leugen met de lift komt en de waarheid met de trap. Ik heb een vrouw, ik heb een moeder. Ik heb altijd geantwoord op uw vragen en ik ben geen leugenaar. Ik heb niks gedaan en toch ben ik bang, want u zult beslissen over mijn leven.’