De Aalsterse carnavalisten scharen zich massaal achter de geviseerde groep De Vismooil’n. De figuren in piepschuim die de groep zondag meedroeg in de stoet, met de zogenaamde haakneuzen waaraan de Joodse gemeenschap aanstoot neemt, gaan overigens al jaren mee, zo blijkt nu.

Het lijdt in Aalsterse carnavalsmiddens geen twijfel: ‘De Vismooil’n hebben niks misdaan.’ Hun stoetthema Sabbatjoor 2019, met karikaturale poppen van Joden, schoot bij de Joodse gemeenschap in het verkeerde keelgat. In die mate zelfs dat ze een klacht indienden bij het gelijkekansencentrum Unia en de Aalsterse procureur. Zelfs de Verenigde Naties en de Unesco vragen de Belgische regering om officieel te reageren. En ondertussen loopt er een internationale petitie om Aalst Carnaval te schrappen van de Unesco-werelderfgoedlijst.

De carnavalisten voelen zich diep geraakt door de hele heisa. ‘Elke carnavalist steunt De Vismooil’n’, zegt Sven De Smet van carnavalsverbond Carnavalist tot in de kist. ‘We moeten kunnen blijven relativeren en daar mag niemand een stokje voor steken.’

Ludiek en met humor

Heel wat Aalstenaars veranderen intussen hun profielfoto op Facebook in een ‘vismuil’ met de melding #IkSteenDeVismooil’n (ik steun De Vismooil’n, red.). Die carnavalsgroep stelde zelf dat ze met het thema niet lachten met de Joden, maar met zichzelf: ze houden een 'sabbatjaar' om hun lege groepskas te kunnen spijzen.

‘Ik vraag mij af of ons carnaval en onze identiteit nog veilig zijn’, zegt Yordi Ringoir, die de affiche van Aalst Carnaval ontwierp. ‘De groep deed niets verkeerd en bracht haar thema ludiek en met humor, en dat is vandaag zeldzaam.’

Ringoir wijst er ook op dat de zogenaamde haakneus een figuur is die al jaren meegaat in de stoet, maar dan niet als Jood. ‘Dat de Joden afgebeeld worden met de verfoeide haakneus, komt door de recyclage van de koppen’, zegt ook Bram De Baere, die de koppen ontwierp.

‘Ik snap dat de Joodse gemeenschap, die hiermee niet vertrouwd is, gechoqueerd kan zijn. Maar tegelijk vind ik dat tijdens carnaval met alles en iedereen gelachen moet kunnen worden. Als je dat verbiedt, val je het DNA van het Aalsters carnaval aan in zijn kern.’