camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

De Libische miljarden in België

Vijf jaar lang liet België – tegen de VN-sancties in – in totaal 1 à 2 miljard euro naar Libië vloeien: interesten en andere opbrengsten van de meer dan 12 miljard aan Libische tegoeden die na de val van leider Moammar al-Kadhafi in 2011 in ons land bevroren werden. De Standaard zoekt drie dagen lang uit hoe dat in zijn werk ging.

Vandaag: Waarom gaf België de opbrengsten,

vermoedelijk als enige, vrij?

Zaterdag: In wiens handen kwam het geld terecht?

Wie gaf groen licht om de Libische interesten vrij te geven?

Een interpretatiefout van meer dan een miljard

 BELGAIMAGE

België liet sinds 2012 onterecht 1 tot 2 miljard euro naar Libië vloeien. De beslissing daarover passeerde langs vele handen, maar niemand voelt zich verantwoordelijk.

‘Alleen van België interesten ontvangen’ Lees verder onderaan

Van onze redacteur 

BrusselEind augustus 2011 veroveren Libische rebellen de hoofdstad Tripoli en komt er na vier decennia een einde aan het regime van Moammar al-Kadhafi. Op 16 september beslissen de VN om de strenge sancties tegen het land te versoepelen, om zo de verhoopte nieuwe democratie te ondersteunen en het land economisch te kunnen herlanceren.

De tegoeden van de Libyan ­Investment Authority (LIA), die net als die van drie andere Libische entiteiten tot 16 september 2011 in het buitenland werden bewaard, bleven evenwel bevroren. De LIA kon dus onder andere niet aan de 12 miljard aan tegoeden die in België waren vastgezet, maar dat gold niet meer voor de tegoeden die het Libische staatsfonds na die datum zou verwerven.

De EU zette de bindende resoluties van de VN om in eigen verordeningen, met gelijkaardige verwoordingen. Die stellen dat bij de tegoeden ook de interesten en andere opbrengsten daarop horen. Toch rees bij de Europese lidstaten onduidelijkheid door de formulering van de vernieuwde sancties: horen interesten op de bevroren tegoeden die gegenereerd worden na 16 september ook nog bij die bevroren tegoeden, of mogen ze worden vrijgegeven?

Geen wettelijke basis

Op 20 oktober werpt Duitsland de kwestie op tijdens een vergadering van Relex, een groep binnen de Raad van de EU die zich buigt over juridische kwesties. Het antwoord van de vertegenwoordiger van de juridische dienst van de Raad was duidelijk: de interesten mochten worden vrijgegeven.

‘Vanuit de nieuw te vormen democratieën was de druk op de Europese Unie groot om gelden beschikbaar te maken’, zegt het Portugese Europarlementslid Ana Gomes, die van 2010 tot 2014 Libiërapporteur was voor het parlement. ‘Voor Tunesië en Egypte was dat te verdedigen. Maar in Libië heerste totale chaos.’

Vier dagen na de vergadering stuurt François Dumont, de Belgische vertegenwoordiger bij Relex, een mail naar de Schatkist, de dienst bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën die verantwoordelijk is voor sancties.

Vanackere zegt dat hij ‘niet ge­consulteerd is geweest over deze ontvriezing’

De Schatkist had hem om advies gevraagd omdat de Arab Banking Corporation (ABC), die drie rekeningen bij Euroclear aanhoudt voor de LIA, op 16 oktober al eens had gepolst naar de beschikbaarheid van de interesten. Dumont antwoordde dat er ‘geen wettelijke basis’ meer is voor de bevriezing van de interesten, en dat Italië en het Verenigd Koninkrijk ‘zo al te werk gaan’. Die mail is het enige bekende geschreven spoor van de Relex-beslissing, waardoor miljarden euro’s uit Europa konden wegvloeien.

De mail maakt, net als enkele andere stukken, deel uit van de informatie die toenmalig administrateur-generaal van de Schatkist, Marc Monbaliu, aan het parlement overmaakte. Opvallend is dat de geadresseerden niet boven deze mail staan, in tegenstelling tot de andere. De Standaard kon de volledige mail inkijken, en daaruit blijkt dat ook een dienst van de FOD Buitenlandse Zaken in kopie stond. Voor SP.A-oppositielid Dirk Van der Maelen is het een bewijs dat Didier Reynders (MR) nauwer bij de vrijgave betrokken was dan hij doet uitschijnen. Reynders zegt steevast niets met de vrijgave te maken te hebben omdat die pas volgde in oktober 2012, toen Steven Vanackere (CD&V) had overgenomen van Reynders op Financiën.

Correcte interpretatie?

Op 18 november 2011 had de Schatkist al laten weten aan Euroclear, dat de Libische fondsen beheert, dat de interesten niet meer bevroren waren. Maar een definitieve toestemming om ze vrij te geven, volgt pas een jaar later. Op 26 september 2012 vraagt Euroclear formeel aan de Schatkist om, op vraag van ABC, de interesten van drie van de vier rekeningen te mogen vrijgeven. Een jaar later volgt de vraag voor de rekening die de Britse bank HSBC voor LIA beheert. Op 4 oktober volgt het antwoord. Monbaliu meldt aan Euroclear, met verwijzing naar de Relex-beslissing, dat het de interesten mag vrijgeven. Ook bij vragen die de bevoegde ministers de afgelopen jaren over de kwestie kregen, wordt steevast naar het Relex-besluit verwezen.

Didier Reynders zegt niets met de vrijgave te maken te hebben omdat die pas volgde in oktober 2012, toen Steven Vanackere al had overgenomen

Bij zijn hoorzitting in het parlement benadrukt Monbaliu dat het om een ‘verduidelijking’ ging, geen beslissing. Hij zegt ook dat er daarom geen overleg is geweest met de regering. Nochtans had hij eerder het omgekeerde beweerd bij Le Vif. Vanackere zegt dat hij ‘niet geconsulteerd is geweest over deze ontvriezing’. Monbaliu zei overigens ook dat Relex ‘in principe’ contact had moeten opnemen met de VN om na te gaan of hun interpretatie correct was. Of dat gebeurde, is niet duidelijk.

1 tot 2 miljard

In elk geval komen zo op 23 oktober 2012 de geldstromen van interesten naar de LIA op gang, met terugwerkende kracht tot 16 september 2011. Pas in oktober 2017 komt daar een einde aan, nadat een Brusselse onderzoeksrechter beslag legde op een deel van de bevroren tegoeden (DS 28 februari).

Het is niet helder wat de totale waarde is van de interesten, dividenden op aandelen of coupons van obligaties tussen 2011 en 2017. Euroclear en de LIA weigeren commentaar daarover, en de regering verwijst naar een geheimhoudingsregel in de EU-verordeningen. Volgens een document dat Le Vif kon inkijken, ging het van 17 september 2011 tot augustus 2012 over 280 miljoen euro, voor drie van de vier rekeningen.

Murad Hamaima, de voormalige Libische ambassadeur in België, noemde in de Libische pers ook een bedrag van omstreeks 300 miljoen euro, zij het in een halfjaar. In zeldzame interviews heeft Ali Mahmoud Mohamed, de huidige topman van de LIA, het over ‘enkele honderden miljoenen’ dollar per jaar, al is het niet duidelijk of dat alleen over de Belgische tegoeden gaat. Die cijfers zijn wellicht niet volledig wegens wijdverspreide corruptie in de organisatie, zeggen experts. Dat geldt ook voor de 219 miljoen dollar uit dividenden en 112 miljoen dollar aan interesten die de Facebookpagina van de LIA vermeldt voor 2016. Parlementsleden die de zaak volgen gaan uit van 1 tot 2 miljard euro, misschien zelfs meer. ‘De Libiërs weten zelf niet eens hoeveel ze hebben’, zegt Gomes. ‘Lang niet alles is geïdentificeerd.’

Strijdig met sancties

Op 5 september vorig jaar publiceerden zes experts aangeduid door het Libische sanctiecomité bij de VN een advies, waarin de vrijgave van de interesten strijdig werd geacht met het sanctieregime. Op 19 september verdedigde toenmalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) nog de Belgische praktijk. Ook het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, permanente leden van de Veiligheidsraad, hadden onze interpretatie immers gevolgd, zei hij.

Dat is inmiddels niet meer het geval. Op 17 december velde het sanctiecomité zelf, dat bestaat uit de vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad, op expliciete vraag van België het definitieve oordeel dat de uitbetaling van de interesten tegen de sancties inging. Een woordvoerder voor de Raad wilde daar geen reactie op kwijt.

‘Alleen van België interesten ontvangen’

België baseerde de vrijgave van de ­interesten op een EU-beslissing (zie hiernaast). Ook andere EU-landen volgden toen die interpretatie. De Treasury van het Verenigd Koninkrijk stelde op 29 september 2011 een nota op: ‘Vanaf 16 september 2011 zijn interesten of andere opbrengsten van de bevroren tegoeden van de vier ­entiteiten (waaronder de LIA, red.), ­inclusief dividenden op aandelen, ­niet langer bevroren.’

In het VK stond in 2017 zo’n 12 miljard pond aan Libische fondsen bevroren, blijkt uit een parlementaire vraag. Maar het is onzeker of het VK ­effectief interesten vrijgaf. Volgens een woordvoerder van de LIA die De Standaard sprak, is dat niet het geval. ‘De LIA ontving alleen geld uit ­België’, klinkt het bij het Britse pr-bureau dat de persrelaties van de LIA behartigt, maar om veiligheidsredenen niet bij naam genoemd wil worden. ­­Op een parlementaire vraag in december in het Britse parlement kwam ook geen klaar antwoord. Aan De Standaard wil de Treasury evenmin antwoorden op de vraag of er geld werd vrijgegeven en of de nota van 29 september nog geldt. ‘We nemen deze kwestie bijzonder ernstig’, klinkt het alleen.

De advocaten van prins Laurent zeggen dat de Britse ambassadeur hen verzekerd heeft dat er nooit interesten het VK hebben verlaten. In elk ­geval keurde het VK, als permanent lid van de Veiligheidsraad, in het sanctiecomité de nota goed die zegt dat er nooit interesten hadden mogen worden vrijgegeven. Dat geldt ook voor Frankrijk. Het Franse ministerie van Financiën antwoordde niet op herhaalde vragen van De Standaard, net als Italië. Nederland vroeg meer tijd dan een week.

Het trio Libiërs dat eind vorig jaar ons land voor de kwestie bezocht, ­bekwam ook van Luxemburg het antwoord dat er nooit geld is vrijgegeven, zegt SP.A-Kamerlid Dirk Van der Maelen. De Standaard slaagde er niet in de drie te bereiken. De Luxemburgse Schatkist antwoordde niet op vragen. Duitsland zegt dat het voorlopig nog steeds de Europese interpretatie van 2011 volgt, maar dat het volop aan het overleggen is met de Europese Commissie over het VN-oordeel van 17 december. Duitsland antwoordde niet op vragen of het land effectief interesten vrijgaf. (mv)

De podcasts van De Standaard