Bezoekers van Tate Modern mogen blijven gluren bij de buren
Foto: rr

Er loopt al jaren een rechtszaak van buurtbewoners tegen het Tate Modern museum in Londen, die een gebrek aan privacy aanklagen omdat bezoekers vanop een platform in hun appartementen kunnen binnenkijken. De rechter heeft hen nu ongelijk gegeven.

Meer dan een half miljoen bezoekers gaan jaarlijks een kijkje nemen op het panoramaterras van het museum. Dat is een deel van het bijgebouw dat Herzog & De Meuron in 2016 realiseerden en is slechts 34 meter verwijderd van de woontoren van de ­buren. De appartementen, een ontwerp van Richard Rogers, hebben glazen gevels waar zo kan worden binnengekeken.

Vijf boze buren hadden daarom voor de ­rechter geëist dat Tate het panoramaterras op de tiende verdieping zou afsluiten. De inwoners klagen dat de bezoekers constant binnenkijken en vinden dat hun privacy niet gerespecteerd wordt. Maar de rechter oordeelde dat ze ‘gordijnen kunnen hangen, hun ruiten kunnen blinderen of grote planten kunnen plaatsen’.

Volgens de rechter hebben de eigenaars de inkijk ook deels aan zichzelf te danken, ‘doordat ze appartementen kopen waarvan de ramen doorlopen van vloer tot plafond’. De bezoekers hebben volgens de rechter ook enkel inkijk op de ‘wintertuinen’, een soort binnenbalkon, maar niet echt op de leefruimtes.

Verrekijkers

Tate zette vlak na de opening van het terras een bord met de boodschap ‘respect te ­hebben voor de privacy van de buren’. Maar veel bezoekers houden zich daar niet aan en kijken toch binnen. Het platform was zo’n succes, dat kunstenaar Max Siedentopf een installatie plaatste met twaalf verrekijkers, vrij te gebruiken. Hij noemt het een hommage aan Tates beroemdste hedendaagse kunstwerk: het zicht op de privélevens van de bewoners van Neo Bankside. De borden met het verzoek ‘Please respect our neighbours’ privacy’, beschouwt Siedentopf als een onderdeel van zijn werk.

De buurtbewoners overwegen of ze in beroep gaan tegen de beslissing van de rechter.