‘Als het aan mij lag, had ik jullie de keel al doorgesneden’
De Franse journalisten Didier François (links) en Nicolas Henin (microfoon vlakbij de mond) Foto: palix

Didier François en Nicolas Henin, twee van de vier Franse journalisten die naar eigen zeggen door Mehdi Nemmouche gefolterd werden in Syrië, getuigden vandaag op het proces over de aanslag op het Joods Museum. Ze waren formeel: ‘Ik twijfel er niet aan dat hij mijn bewaker en folteraar was.’

‘Ze haalden ons uit onze cel om ons te ondervragen. Daarna sloten ze ons op in een andere cel, net naast de folterkamer. Daar hebben we Mehdi Nemmouche voor het eerst gezien. We hebben meermaals met hem te maken gehad.’ Dat vertelde de Franse journalist Didier François vanmorgen op het proces over de aanslag op het Joods Museum in Brussel, waarop Nemmouche verdacht wordt van viervoudige moord.

Samen met fotograaf Edouard Elias werd François op 6 juni 2013 ontvoerd in de buurt van Aleppo, in het noordwesten van Syrië, door de terreurgroep IS. Hun landgenoten Nicolas Hénin en Pierre Torrès werden twee weken later ontvoerd in de toenmalige hoofdstad van IS in Syrië, Raqqa. Mehdi Nemmouche was in diezelfde periode in Syrië en volgens de journalisten ook een van hun bewakers. Hij zou zich Abou Omar hebben laten noemen.

Op de vraag van de voorzitter van het hof van assisen of hij een van de beklaagden kende, antwoordde François: ‘Jammer genoeg wel.’

Behalve François getuigde ook Henin vandaag voor de rechtbank. Hun twee collega’s daagden niet op. Henin verklaarde dat Nemmouche hem geslagen heeft. De journalisten herinneren zich in het bijzonder de ‘tournées de toilette’ - de tochtjes naar het toilet, meermaals per dag. ‘Die waren vaak heel gespannen en gewelddadig’, zei François.

De gijzelaars probeerden de verschillende mannen met wie ze in contact kwamen, te onderscheiden. ‘We luisterden goed naar hun stemmen, keken naar wat ze bij zich droegen. We gaven hen gefantaseerde namen. Zo konden we wat afstand proberen te nemen van de folteraars.’

François herinnerde zich dat Nemmouche hem ooit zei: ‘Jammer dat mijn chefs niet akkoord gaan. Als het aan mij lag, had ik je de keel al doorgesneden.’

Hoofd op billen

De journalisten spraken over de ‘speelse kant’ van Nemmouche. ‘Hij sprak vaak over zijn gerechtelijk verleden’, zei Henin. ‘Hij imiteerde soms een onderzoeksrechter. Maar het kwam vooral tot uiting in het geweld dat wij moesten ondergaan. Hij maakte slechte grappen, maar in feite was het marteling. Op een nacht kwamen ze met een traditioneel Arabisch zwaard. Ze schreeuwden tegen ons: “Knielen, film, ik zal je onthoofden." En toen barstten ze in lachten uit.’

‘Op een andere nacht hadden ze chloroform gevonden. Ze haalden mijn medegijzelaar uit de cel. Ik hoorde geruchten en gedempt geschreeuw. De deur ging opnieuw open, hij (Nemmouche, red.) trok me op de gang. Mijn medegevangene lag bewusteloos, met zijn gezicht naar beneden. “Ik heb hem met een messteek gedood. Nu zal ik jou onthoofden en ik zal je hoofd op je billen leggen.’

'Op nog een ander moment kwam hij nieuwe handschoenen tonen. ‘Die heb ik voor jou gekocht’, zei hij. ‘Om je te slaan.’ Als hij door de gangen liep, riep hij "Mon petit Didier" en lachte hij.'

Narcistische kant

De voorzitter vroeg de journalisten om het karakter, de psychologie van Nemmouche te omschrijven. 'Telkens wanneer hij een uitbarsting van geweld had, wilde hij zichzelf rechtvaardigen', zei François. 'Wanneer hij sprak over Mohamed Merah (de terrorist die in 2012 zeven mensen doodschoot in Toulouse, red.), wanneer hij sprak over het vier jaar oude Joodse meisje dat hij wilde 'neerschieten', was er altijd geweld, een provocerende kant.'

Henin zei dat Nemmouche 'vol haat zat', vol antisemitisme. 'Over de oorlog in Syrië, over de Syrische president Bashar al-Assad sprak hij nooit.' Nemmouche had ook een zeer narcistische kant, zei Henin. 'Hij was erg begaan met zijn imago en met het feit dat hij "iemand" zou worden. Met het idee dat Europese jongeren hem zouden imiteren, in zijn voetsporen zouden treden. Hij wilde een model worden. Maar zijn narcisme ging gepaard met een zekere lafheid.'

Op het ritme van folteringen

Elke avond probeerden we ons alle markante feiten van de dag te herinneren’, zei François. ‘Tussen de honger, de angst en de slagen moet je iets hebben om je mee bezig te houden. We hadden twee doelen: te weten komen waar we waren en wie deze mannen waren. Zulke kleine doelstellingen hielpen ons om vol te houden.’

‘Onze nachten verliepen op het ritme van het geluid van slagen, van het gehuil van gijzelaars, maar ook van folteringen’, zei Henin.

Meermaals tijdens hun getuigenissen waren de beide journalisten zeer stellig: ‘Ik herhaal: ik heb geen enkele twijfel dat Mehdi Nemmouche mijn bewaker en folteraar in Syrië was’, zei Henin. ‘Ik heb hem gekend onder de naam Abou Omar.’ ‘Ik herken zijn manier van vertellen’, vulde François aan. ‘Hij heeft een bepaalde narratieve stijl, die de zijne is.’

Structuur

Henin vertelde dat er ‘een duidelijke hiërarchie was’ onder de gijzelnemers. ‘Ze maakten deel uit van een structuur’, zei Francois. ‘Er was een duidelijke organisatie. De mannen daar rondom ons waren de organisatoren van de aanslagen in de Bataclan, in Parijs, in Brussel. Ze rekruteerden, organiseerden, leidden anderen op.’