De Wever en Almaci op ramkoers over toekomst van energie
Archiefbeeld. Foto: belga

Het water tussen N-VA-voorzitter Bart De Wever en Groen-voorzitter Meyrem Almaci in het klimaatdebat is diep. Met een dovemansgesprek tot gevolg.

Beide voorzitters zijn akkoord dat de opwarming van de aarde moet afgeremd worden. Maar over de manier waarop dat moet gebeuren, liggen de standpunten ver uit elkaar. Dat bleek opnieuw uit een debat in Terzake.

Meyrem Almaci pleit voor de weg naar honderd procent hernieuwbare energie. Ambitieuze klimaatdoelstellingen leveren volgens haar jobs op, verbeteren de welvaart en de levenskwaliteit. ‘De Wever negeert dat studie na studie dat zegt. Niets doen kost ons veel geld.’

De Groen-voorzitter vindt dat de N-VA met ‘doembericht na doembericht’ de mensen angst aanjaagt voor de ecologische omwenteling. Volgens haar heeft de regering waarvan de N-VA deel van uitmaakte mensen in armoede gestort en het klimaatprobleem genegeerd. ‘De energiefactuur is verdubbeld.’

Volgens Bart De Wever zijn de klimaatdoelstellingen van Groen dan weer onrealistisch. Hij spreekt van een ‘economisch krimpmodel waarbij we aan welvaart zullen moeten inboeten’.

Kernuitstap

De N-VA-voorzitter hield opnieuw een pleidooi voor kernenergie, hoewel hij in België de nucleaire capaciteit wel met de helft wil afbouwen omdat verschillende reactoren verouderd en te duur zijn geworden. De jongste kerncentrales Doel 4 en Tihange 3 kunnen wat hem betreft langer openblijven. ‘9 miljard uitgeven om gascentrales te bouwen maakt van de Turteltaks een kleine anekdote. Dan werkende kerncentrales sluiten is waanzin. We hebben geen keuze. Als we afscheid nemen van 6 gigawatt dan gaat het licht uit. Dat met windturbines oplossen is fantasie.’

Almaci vindt het openhouden van de kerncentrales geen goed idee. ‘Deze centrales zijn verouderd en niet betrouwbaar. Bovendien zijn ze een enorme rem op de ontwikkeling van hernieuwbare energie. (…) Jaar na jaar wordt de rol van kernenergie kleiner. Hernieuwbare energie op de markt is gewoon goedkoper.’

Wie betaalt dat?

De Wever benadrukt dat hij geen klimaatontkenner is en de menselijke invloed op de CO2-uitstoot erkent. Maar de oplossing moet voor hem in de eerste plaats van technologische innovatie komen. ‘Als we die technologie hebben, kunnen we ze aan de rest van de wereld verkopen.’ Zo noemt hij het onderzoek naar kernfusie veelbelovend.

Almaci schuift voor de betaalbaarheid een ‘drietrapsraket’ naar voren: een belastingverschuiving naar ecofiscaliteit, grote vervuilers laten betalen en vanuit de overheid banken aanzetten om in groene energie te investeren.

De Wever was niet overtuigd. Hij noemt de plannen van Groen vaag, duur en inefficiënt. ‘Wie gaat dat betalen, welke klimaatwinst leveren ze op? Dat is niet doorgerekend. Het kost heel veel geld voor weinig te bereiken. Die veertien miljard voor zonnepanelen was beter in onderzoek en ontwikkeling gestoken.’