Zaak-Delphine Boël: koning Albert weigert DNA-staal en gaat in cassatie
Koning Albert en koningin Paola. Foto: belga

Koning Albert II tekent cassatieberoep aan tegen de uitspraak van het Brusselse hof van beroep. Dat verplichtte hem om DNA af te geven en zo duidelijkheid te scheppen of hij de vader van Delphine Boël is.

Het Brusselse hof van beroep bevestigde in een uitspraak van 25 oktober vorig jaar dat Delphine Boël niet de biologische dochter is van Jacques Boël. Daarop kreeg koning Albert, net als Delphine Boël zelf en haar moeder Sybille de Selys Longchamps, tot 7 februari de tijd om DNA te geven en zo uit te maken of hij de vader is van Delphine Boël.

Een weigering van de koning zou door de rechtbank geïnterpreteerd kunnen worden als een impliciete schuldbekentenis.

Maar koning Albert vecht die uitspraak nu aan bij het Hof van Cassatie, bevestigen zijn advocaten Alain Berenboom en Guy Hiernaux.

‘Omdat het vonnis in eerste aanleg en de uitspraak in beroep diametraal tegenover elkaar staan, heeft Zijne Majesteit koning Albert II het advies gevraagd van mevrouw Simone Nudelholc, advocaat bij het Hof van Cassatie’, staat in een communiqué aan de pers. Na dat overleg heeft de koning mevrouw Nudelholc gevraagd om de zaak voor cassatie te brengen, omdat er volgens de advocate voldoende argumenten waren.

Volgens zijn advocaten werkt het cassatieberoep opschortend: zolang er geen uitspraak is, kan hij de DNA-test weigeren.

Gemediatiseerde zaak

In het persbericht betreuren de advocaten van de koning ook de media-aandacht voor de zaak-Boël. ‘Er is veel gezegd en geschreven over dit dossier, terwijl het nochtans over een privézaak gaat. Maar de zaak is toch publiek geworden, ondanks de discretie en de terughoudendheid van de koning sinds de start van de procedure die mevrouw Delphine Boël begonnen is. Zoals elke burger in zijn situatie, heeft de koning er recht op gebruik te maken van de instellingen van justitie en vraagt hij enkel de toepassing van de wet, die voor iedereen geldt.’