camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

33

Waarom zouden we ons niet aanpassen aan de opwarming?

Spreken over adaptatie was lange tijd taboe. Het heeft de bijklank van ‘opgeven’. We zijn te laat, leer er maar mee leven. Toch zie je al implicaties bij 1 graad opwarming – denk aan de bosbranden, de hittegolven, de droogte in Afrika en de overstromingen in Azië. Laat staan wat er gebeurt bij 2 of 3 graden. Het heeft geen zin daarover de kop in het zand te steken. De klimaatverstoring zet zich voort, dus aanpassen wordt onvermijdelijk.

Omdat die boodschap is doorgedrongen, richtte de VN in oktober 2018 een nieuw instituut voor klimaatadaptatie op, met hoofdzetel in Rotterdam/Groningen. ‘Het is niet afremmen óf aanpassen’, zegt de Nederlandse topman Patrick Verkooijen. ‘Het moet gewoon allebei. Adaptatie is geen nederlaag, maar slim beleid om je systeem klimaatbestendig te maken.’

Op de klimaattop van Katowice was adaptatie the talk of the town. Ook klimaatrapporten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) of de EU spenderen er steeds meer pagina’s aan. De Wereldbank kondigde in Polen aan dat ze 50 miljard dollar investeert in adaptatie, evenveel als in de strijd tegen de opwarming zelf.

Terrasbouw

‘Aanpassen is geen nederlaag, maar slim beleid om je systeem klimaat­bestendig te maken’

Patrick Verkooijen

VN-instituut voor klimaatadaptatie

Eigenlijk loopt er een dunne lijn tussen beide. Alle landen denken na over hoe ze hun economieën klimaatbestendig kunnen maken. In Ethiopië en Kenia lopen grootschalige programma’s om de landbouw te verduurzamen. Werken met terrasbouw bijvoorbeeld, zodat kleine perceeltjes niet wegspoelen bij hevige regenval. De plantjes houden het water beter vast, maar slaan meteen ook CO2 op in de bodem.

Dezelfde redenering gaat op voor klimaatbestendig bouwen: gebouwen beter isoleren zodat ze minder uitstoten en er tegelijk voor zorgen dat ze bestand zijn ­tegen stormen of overstromingen. Klimaatrisico’s moeten vanaf nu standaard in het design van ­steden en landschappen zitten.

De grote uitdaging is om dat soort investeringen op te schalen. Het VN-klimaatadaptatiecentrum werkt aan een soort marshallplan voor klimaatadaptatie, dat er moet liggen tegen september 2019. Op een speciale adaptatietop in oktober 2020 moeten er concrete maatregelen en budgetten op tafel komen. Want net zoals de transitie naar een koolstof­arme samenleving, kost ook de aanpassing aan de schade die er al is, een hoop geld. De VN gaan uit van 300 miljard euro per jaar tegen 2030 en 500 miljard tegen 2050.

Focus op klimaatrisico

Maar volgens Patrick Ver­kooijen is het nog beter om de 90 biljoen dollar (!) die de komende 15 jaar wereldwijd naar de bouw van wegen, ziekenhuizen of havens gaat, meteen klimaatbestendig te investeren. ‘Daar zitten de miljarden die we nodig hebben. Die focus op het klimaatrisico moet overal. Het is het onderpand van een robuust economisch en ­financieel systeem.’

Als we dat goed aanpakken, kan het in kwetsbare regio’s beter worden. Programma’s om de Afrikaanse landbouw droogtebestendig te maken, kunnen een manier zijn om iets aan de extreme armoede te doen. De mangrovebossen die Bangladesh aanlegt langs zijn kusten kunnen het land weerbaarder maken tegen overstromingen. Het wereldwijde gevoel van urgentie neemt toe, de investeringsbudgetten worden klaargezet. Dat is vermoedelijk meer dan veel ontwikkelingsprogramma’s ooit bijeen hebben gekregen. (ire)

Het uitgebreide interview met Patrick Verkooijen stond in De Standaard van 5 januari 2019. ‘We moeten ons aanpassen aan het extremer klimaat. En dat doen we te weinig.’

De podcasts van De Standaard