‘Niet eerste maal dat we met namenlijsten voor humanitaire visa hebben gewerkt’
Dirk Van den Bulck (l.) en Freddy Roosemont (r.) Foto: BELGA

‘Wie er op de namenlijsten voor humanitaire visa kwam en hoe die mensen werden geselecteerd, moet u aan de voormalige staatssecretaris vragen’, zei directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken Freddy Roosemont in de Kamer. Hij wees erop dat het niet de eerste keer is dat met zulke lijsten is gewerkt. Hierboven kan u de hoorzitting live volgen.

In de Kamercommissie Binnenlandse Zaken gaf Freddy Roosemont, de baas van de Dienst Vreemdelingenzaken, deze namiddag uitleg over het toekennen van humanitaire visa.

De hoorzitting kwam er nadat bekend raakte dat het gerecht een onderzoek voert naar het Mechels gemeenteraadslid Melikan Kucam (N-VA). Hij zou in 2018 grof geld hebben verdiend met het verkopen van humanitaire visa aan Syrische christenen, die hij geregeld kreeg via het kabinet van voormalig staatssecretaris voor asiel en migratie, Theo Francken (N-VA).

Er zijn geen aanwijzingen dat iemand op het kabinet aan het verlenen van humanitaire visa zou hebben verdiend. Maar dat Francken met tussenpersonen werkte die hem namenlijsten bezorgden, dan nog uit zijn eigen partij, kwam hem op de kritiek van ‘politiek cliëntelisme’ te staan. Zowel parlementsleden uit de meerderheid als de oppositie vroegen hoorzittingen.

Roosemont herhaalde wat zijn administratie eerder al had gezegd, dat zijn dienst in het kader van reddingsoperaties van Syrische christenen een beperkte rol had.

‘Het kabinet van de voormalige staatssecretaris stuurde een persoonslijst naar de Dienst Vreemdelingenzaken, met de instructie om de Veiligheid van de Staat en het OCAD te contacteren voor een veiligheidsscreening. Daar is geen enkel negatief advies uitgekomen. Wij stuurden het resultaat naar het kabinet, waarop het kabinet de selectie bevestigde en ons de opdracht gaf met de diplomatieke post (in Beiroet, red.) contact op te nemen om een humanitair visum of een doorlaatbewijs - voor wie geen geldig paspoort had - af te leveren.’

‘Wie er op de namenlijst kwam en hoe die lijst werd samengesteld, is een vraag die ik niet kan beantwoorden’, aldus Roosemont. ‘Dat moet u aan de voormalige staatssecretaris vragen.’

Roosemont wees er nog op dat het werken met namenlijsten ‘misschien ongewoon lijkt’, maar niet zo ongebruikelijk is. ‘Het is niet de eerste maal dat we met zulke lijsten hebben gewerkt. Voor de evacuatie uit Rwanda in 1994 is ook met namenlijsten gewerkt. Net als voor adoptiekinderen uit Haïti na de aardbeving in 2010. Ik ben er zeker van dat als de machtsoverdracht in Congo (aan president Felix Tshisekedi, red.) op geweld uitgedraaid was, dat we opnieuw met namenlijsten hadden moeten werken. Er is geen andere optie als de situatie dringend is en als mensen geen individuele aanvraag op de ambassade kunnen indienen.’

Vijf lijsten-Kucam, 225 personen

Roosemont gaf nog mee dat zijn administratie in 2018 vijf lijsten van Melikan Kucam via het kabinet heeft gekregen. In totaal gaat het om 225 personen.

‘Minister De Block heeft ons gevraagd te onderzoeken wat de huidige situatie van die mensen is. Wij zijn daar volop mee bezig. Dat kan ook nuttig zijn voor het gerechtelijk onderzoek.’

Roosemont doelt daarmee op de vraag of alle Syrische christenen die via Kucam en andere tussenpersonen en organisaties naar ons land zijn kunnen komen, ook wel echt allemaal kwetsbaar zijn, nood aan bescherming hebben en hier effectief asiel hebben gevraagd én gekregen. Daarover bestaat nog altijd onduidelijkheid.

Ook Dirk Van den Bulck, de commissaris-generaal voor de vluchtelingen, kwam in de hoorzitting aan bod. ‘Als de Dienst Vreemdelingenzaken mij een lijst bezorgt van alle mensen die met een humanitair visum naar ons land zijn gekomen, kan ik onderzoeken wie asiel heeft gevraagd en wie een positieve beslissing heeft gekregen.’ Van den Bulck voegde toe dat het erkenningspercentage van asielzoekers uit Syrië nog altijd bijzonder hoog ligt.

Duidelijke criteria en quotum zijn moeilijk

Van den Bulck legde verder ook uit dat zijn dienst niet betrokken is bij het afleveren van humanitaire visa. ‘Dat valt buiten onze bevoegdheid’. Alleen bij de reddingsoperatie van 244 Syrische christenen uit Aleppo in 2015 werd een voorafgaand advies aan hem gevraagd over de mogelijkheid op bescherming. ‘Daarna zijn we niet meer betrokken geweest.’ Hij wees erop dat hij alle asielaanvragen op een gelijke manier behandelt, ongeacht hoe asielzoekers het land zijn binnengekomen - met een visum of niet.

Volgens Van den Bulck is het met de bestaande wetgeving moeilijk om een regeling met duidelijke criteria en een quotum voor humanitaire visa vast te leggen.

Hij brak ook nog een lans voor de hervestiging van vluchtelingen uit de kampen in de buurlanden van Syrië, omdat het programma ‘heel wat troeven en voordelen biedt’ (zie ook DS 21/01). ‘De preselectie van deze vluchtelingen gebeurt door de VN-vluchtelingenorganisatie die een goed zicht hebben op de situatie van alle vluchtelingen in de wereld. Zij slagen er beter in om na te gaan waar de noden het hoogst zijn en welke personen het kwetsbaarst zijn.’ Door hun ervaring zijn ze ook beter geplaatst om fraude te voorkomen, aldus Van den Bulck.

Francken verzekert medewerking

Ook voormalig staatssecretaris Theo Francken, die vandaag naar de uiteenzetting van Roosemont en Van den Bulck kwam luisteren, is bereid op vragen van parlementsleden te antwoorden. Een datum voor zijn hoorzitting ligt nog niet vast. In de marge van de hoorzitting stond Francken wel al enkele media te woord. Hij bleef erbij dat er geen sprake is geweest van een voorkeursbehandeling. 

'Het belangrijkste dat ik vandaag heb gehoord is dat de experts zeggen dat er geen voorkeursbehandeling is geweest. Iedereen is op dezelfde manier behandeld, zoals het altijd gebeurd is. Er is een selectie en screening gebeurd. Dat is correct gelopen en het is duidelijk dat er geen aparte lijst was of speciale behandeling. Daar was onduidelijkheid over en dat is nu toch wel rechtgezet', aldus Francken.

Francken benadrukte tot slot dat hij volledig meewerkt aan het gerechtelijk onderzoek in de zaak-Kucam. 'Ik hoop dat er zo snel mogelijk opheldering komt en ik verleen volledige transparantie en medewerking. Verder is er ook de afspraak dat ik daarover geen verder commentaar geef, in het belang van het onderzoek.'