Vlaming telt in zijn bed geen schapen, maar auto’s
Foto: BELGA

Wat slecht is voor de luchtkwaliteit, is dat ook voor onze levenskwaliteit: één Vlaming op vier wordt ge­re­geld tot zelfs elke nacht wakker door straat­verkeer.

Zou u vrienden aan­raden om in uw buurt te komen wonen? Indien niet, dan is de belangrijkste reden daarvoor doorgaans het verkeer. Te druk, te onveilig, te luid, te snel: auto’s zijn voor Vlamingen een beslissende factor als het gaat over de leefbaarheid van hun buurt. Het is een van de vaststellingen in het ­vijfde, vijfjaarlijkse Leefomgevingsonderzoek van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid. Daarin wordt schriftelijk bij ruim 5.000 Vlamingen gepolst naar de ­geluids-, geur- en lichthinder in hun dagelijkse leven.

Het verkeer komt er op alle vlakken beroerd van af. Zo ligt een vierde van de ondervraagde Vlamingen wakker van het verkeer. Letterlijk. Ze worden geregeld tot zelfs elke nacht uit hun slaap gehaald door straatverkeer. Het licht van onze wegen en parkeerterreinen hindert hen bovendien om het ’s nachts donker te maken. Om van de geurhinder nog maar te zwijgen: doorgaans komt het van de buren, meestal de rook uit hun schoorsteen, maar op de tweede plaats staat alweer de auto met zijn uitlaatgassen.

Rolluiken dicht

Een boeiende vraag is wat de Vlaming vervolgens doet met die hinder. Wel, als het buiten stinkt, te licht is of te luid, dan doet de Vlaming de rol­luiken naar beneden, de ramen dicht en de deur op slot. Daartegenover staat dat gemiddeld slechts vier procent zich aansluit bij een actiecomité. ‘Begrijpelijk, maar zo raken we er dus niet’, zegt klimaatwetenschapper Wim Thiery (VUB). ‘Als beleidsmaker, maar ook als individu heb je een keuze in het debat over onze luchtkwaliteit en de klimaatopwarming. Je kunt je rolluiken dicht doen of je kunt handelen.’

Het verontrust Thiery dat overlast door het verkeer op alle vlakken toeneemt. ‘Maar tegelijk kan hinder ook een hefboom zijn. Kijk naar de klimaatmars en naar de jongeren die zich verenigen om van onze politici een ambitieuzer beleid te vragen. De opwarming van de aarde is voor veel mensen een wereldwijd probleem dat ze moeilijk kunnen vatten. Ze zien niet hoe hun kachel of auto daar een wezenlijk verschil in maakt. Maar in de hinder die mensen dagelijks ­ondervinden in hun buurt, door verkeer of schoorstenen, merken ze dat een wereldwijd probleem de optelsom van lokale hinder is.’

Minder tolerant

Verkeer en kachels zijn niet de enige boosdoeners. Ook buren maken lawaai of veroorzaken geuroverlast, net als industrie, bouw- en sloopactiviteiten, landbouw en recreatie. Maar de groeiende hinder door het verkeer is opvallend. Zijn er dan zoveel wagens bijgekomen?

‘Ja, maar dat verklaart niet alles’, zegt Dick Botteldooren, professor omgevingsgeluid aan UGent. ‘Als je de decibels van de extra wagens naast de groei in hinder legt, is de gemelde hinder groter. Bovendien zag je in de vorige Leefomgevingsonderzoeken een daling in de gerapporteerde hinder door het verkeer, terwijl er ook toen auto’s bijkwamen.’

Volgens Botteldooren speelt perceptie een niet te onderschatten rol. ‘Eerder onderzoek toont dat mensen zich meer storen aan het lawaai van vliegtuigen dan van treinen. Zelfs bij eenzelfde geluidsniveau. Het verschil: de perceptie van milieuvriendelijkheid. Dat kan ook hier het geval zijn: de wagen heeft een milieuonvriendelijker imago gekregen de laatste jaren.’