‘Het is duidelijk dat straathoekwerkers, de ouders en verenigingen geen vat op hen hebben’, zegt de voorzitter van het Brussels integratiebureau Foyer Johan Leman over de Molenbeekse jongeren met vernielzucht.

Wat is er misgelopen in Molenbeek in de nacht van 31 december op 1 januari? Waarom vindt een aantal jongeren het nodig om winkels, auto’s, vuilnisbakken, ... te vernielen? ‘Duidelijk is dat de daders moeten gestraft worden’, herhaalde burgemeester Cathérine Moureaux (PS) gisteren in een interview met Terzake. Ze ging nog verder in op de kwestie, met een opvallende uitspraak:

‘Eerst staken ze een kerstboom in vuur, daarna de vuilnisbakken. Dat is niet mijn manier van feesten, maar ik zie dat het in Frankrijk, Denemarken, Duitsland, ... ook gebeurt. Het is onze plicht om in het onderwijs actie te ondernemen, we moeten misschien meer concerten organiseren. Als wij geen feest organiseren, dan organiseert de jeugd zijn eigen feest, en dan escaleert het.’

‘Weinig goeds’

Lang niet iedereen was het eens met die reactie van Moureaux. CD&V-lijsttrekker Benjamin Dalle op Twitter: ‘Eerste tv-reactie nieuwe burgemeester Moureaux belooft weinig goeds voor #Molenbeek. De feiten mogen niet worden gerelativeerd, maar verdienen een kordate aanpak.’

Gaat het om een grove escalatie van een feest, of is er meer aan de hand?

Volgens Johan Leman, voorzitter van de vzw Foyer, die gevestigd is in Molenbeek, heeft niemand nog greep op een klein aantal Molenbeekse jongeren. ‘Ze hebben geen normbesef meer.’

Hij praat er regelmatig over met de jongeren die bij Foyer over de vloer komen. ‘Onze jongeren behoren niet tot die relschoppers, voor alle duidelijkheid. Ze vertellen ons wel dat het bij een aantal leeftijdsgenoten al mis loopt op erg jonge leeftijd, in de lagere school. Het is heel moeilijk om hen weer op het rechte pad te brengen. Onze jongeren aanvaarden dat gedrag niet. Ze vinden dat de relschoppers de schade moeten betalen. En hun ouders zijn verantwoordelijk, we moeten hen daar ook op wijzen.’

‘Geen contact, geen vat op’

Maar die ouders hebben volgens Leman weinig vat op hun kinderen. ‘Ook verenigingen in Molenbeek zeggen dat ze die jongeren niet kennen, dat ze geen contact met hen hebben. Hetzelfde voor de straathoekwerkers, hun werk kan hen niet helpen.’ De bekende recepten helpen dus niet, een pasklaar antwoord heeft Leman ook niet. ‘We zullen de komende weken en maanden met de Foyer wel op zoek gaan naar een antwoord, en ons standpunt bepalen.’