We doen het nog altijd niet goed, dus opnieuw campagne: zo moet je ritsen
Foto: rr

Hoewel ritsen al bijna 5 jaar verplicht is, zet het Agentschap Wegen en Verkeer een promotiecampagne op om het hoffelijkheidsprincipe aan te leren. Nog maar eens. Want de Vlaamse automobilist is nog altijd een koele minnaar van ritsen. ‘Nochtans is er een vlottere doorstroom en verminderen de files als we met zijn allen ritsen.’

Je ziet het nog al te vaak bij wegenwerken of ongevallen waar een of meer rijstroken wegvallen: automobilisten die het vertikken om de wagen die wil invoegen door te laten. Of bestuurders die ostentatief in het midden van de twee rijstroken gaan rijden, zodat niemand nog kan passeren. ‘Ik heb tijdig ingevoegd, nu ga jij je er niet tussen wurmen’, is dan de gedachte.

‘Nochtans heeft diegene die vroeg is ingevoegd ongelijk. Hoewel hij denkt dat hij de meest sociale en hoffelijke op de weg is omdat hij niet wilde voorsteken’, zegt verkeersdeskundige Willy Miermans (UHasselt).

Dat beaamt ook woordvoerder Veva Daniëls van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV): ‘Net dat doorrijden tot het einde van de wegvallende rijstrook is correct rijgedrag. Als we alle rijstroken ten volle benutten en de mensen op de andere rijstrook dan zo hoffelijk zijn om iemand in te laten voegen, zorgen we voor een snellere doorstroom en minder files.’

We doen het nog altijd niet goed, dus opnieuw campagne: zo moet je ritsen

De traditionele januaricampagne van AWV onder de duidelijke titel ‘Ritsen doe je zo’ moet voor de vijfde keer op rij het geheugen van de automobilist opfrissen. En is volgens hen dus ook echt nodig om de mensen het principe nog eens aan te leren. Twee jaar geleden kende volgens de laatste studie van VIAS nog een kwart van de weggebruiker de spelregels van het ritsen niet.

We moeten Britser worden

Nochtans is het principe sinds 1 maart 2014 verplicht. Wie het niet doet kan zelfs een boete van 55 euro krijgen, hoewel het geen topprioriteit is van de politie. Bovendien riskeert hij of zij gefrustreerd en agressief achter het stuur te zitten bij iedere wegversmalling door werken of een ongeval. ‘Dat we het zo moeilijk aanleren, heeft volgens mij met onze aard te maken. We willen geen centimeter afgeven’, zegt Willy Miermans. Hij wijst naar het Verenigd Koninkrijk. ‘Daar zit het hoffelijkheidsprincipe ingebakken in de cultuur. Kijk maar eens naar de wachtrijen om de bus op te stappen. Het staat ook op hun wegen geschilderd: give way, wat zo zo veel als ‘na u’ betekent. Een beetje meer Brits zijn zou een beetje tijdswinst opleveren, maar vooral goed zijn voor onze gemoedstoestand.’

Hij pleit ervoor om al heel vroeg aan te duiden naar welke rijstrook je uiteindelijk zal moeten uitwijken, zodat iedereen op de hoogte is wat staat te gebeuren. Maar uiteindelijk zal het ritsen volgens Stef Willems van VIAS maar op één manier werken: ‘Dat geldt voor ieder hoffelijkheidsprinicipe. Zo’n principe werkt maar als we het collectief toepassen.’

Zo hoort het

Het eerste principe van ritsen is alle rijstroken ten volle te benutten: dus om zo lang mogelijk door te rijden op de rijstrook die gaat wegvallen. Rijd je op die rijstrook, pas dan op 300 meter voor de versmalling je rijsnelheid aan. De automobilisten op de rijstrook die je voorbij de versmalling moet leiden, moeten zo hoffelijk zijn om ongeveer op 50 meter van de versmalling wat ruimte te laten, zodat het invoegen vlotjes verloopt.

Het systeem werkt enkel als zowel de automobilisten op de wegvallende rijstrook als die op de aanliggende rijstrook de regels respecteren. Honderden meters te vroeg al braaf beginnen aan te schuiven om te ritsen, werkt dus niet.

We doen het nog altijd niet goed, dus opnieuw campagne: zo moet je ritsen