Einde lijkt in zicht voor prijsbrekers op energiemarkt
Foto: Photo News
Stroom kan alleen maar duurder worden. De factuur milderen door in zee te gaan met een prijsbreker wordt bovendien veel minder vanzelfsprekend.

Consumenten die voor de laagste stroom- en gasprijs gaan, zullen het dit jaar alweer wat moeilijk krijgen om nog een slagje te slaan. Het einde van de prijsbrekers lijkt immers in zicht. Vorig jaar gooiden al enkele kleine energieleveranciers de handdoek in de ring. Zowel Christophe Degrez van Eneco als Tom Van de Cruys, nummer twee van de afdeling gas en elektriciteit bij de oliegroep Total, is ervan overtuigd dat in 2019 de uitdunning van het aantal energieleveranciers in ons land verder zal gaan. Wat de prijsbrekers zwaar opbreekt, zijn de aanhoudende prijsstijgingen  op de elektriciteitsmarkten waar ze al de stroom moeten inkopen voor hun klanten.

Hoever zal de uitdunning gaan? Degrez windt er geen doekjes om. ‘Op de Belgische markt is er slechts ruimte voor vier grote energieleveranciers.’ Voor al degenen die geen eigen elektriciteitsproductie hebben of geen financieel sterke moedermaatschappij achter zich hebben, wordt het veel te moeilijk om te overleven, stelt Van de Cruys. 

Complex land
De topman van Eneco voegt er nog aan toe dat voor een energieleverancier België een bijzonder complex land is. ‘Dat jaagt de energieleveranciers extra op kosten.’  Prijsvechters zijn daar volgens Degrez en Van de Cruys almaar minder tegen bestand. ‘De race naar de bodem is niet te winnen. Ze zijn gedoemd  overgenomen te worden’, stelt Degrez. Bij de andere grote energieleveranciers wordt ook uitgekeken naar wat er met Eneco België zal gebeuren. Het Nederlandse moederbedrijf staat te koop. 

Rijst meteen de vraag of minder energieleveranciers – en zeker prijsbrekers – zal resulteren in minder prijsconcurrentie en hogere elektriciteitprijzen voor de verbruiker.

Christophe Degrez vindt zo’n koppeling  kort door de bocht. Maar hij windt er evenmin doekjes om dat hogere elektriciteitsprijzen in de toekomst onvermijdelijk  zijn. Hij wijst vooral op de massale investeringen die in België moeten gebeuren in de verdere uitbouw van de windenergie op zee, de versterking van de elektriciteitsnetten en de nood aan nieuwe elektriciteitsproductie ter vervanging van de kerncentrales.

Al is hij er evenzeer van overtuigd dat er op sommige kostenposten die deel uitmaken van de elektriciteitsfactuur, bespaard kan worden. Daarbij viseert hij vooral de tarieven van de distributienetbeheerders. ‘Ik hoop dat de consument de komende jaren mondiger en mondiger wordt om de hoge distributienetkosten aan te klagen.’ De Vreg, de Vlaamse enerrieregulator, heeft alvast besloten om  dit jaar de distributietarieven te drukken (DS 18 december). Voor elektriciteit komt het  op jaarbasis neer op 46 euro voor een gemiddelde verbruiker.  Netbeheerder Fluvius ging daar niet mee akkoord en is een rechtszaak begonnen. 

De kans is overigens vrij groot dat op de factuur  de verlaging van het distributienettarief voor een deel uitgevlakt zal worden door de verhoging van de energiecomponent van de factuur. Die is de voorbije maanden sterk gestegen.