Betonstop leidt tot betongolf
Foto: pvw

Er wordt vandaag per dag twee hectare open ruimte méér ingenomen dan in 2015. En dat ondanks de ‘betonstop’, die een jaar later werd afgekondigd.

In 2015 werd vijf hectare open ruimte per dag ingepalmd. Het jaar daarna kondigde de Vlaamse regering met het Beleidsplan Ruimte de zogeheten ‘betonstop’ af: tegen 2040 mocht er geen open ruimte meer opgesoupeerd worden.

In weerwil van die intentie is in 2017 het ruimtebeslag alweer toegenomen, naar 7,33 hectare per dag. In 2015 was het nog 5,19 hectare. Dat leren drie onderzoekers van de UGent, de UAntwerpen en het studiebureau Omgeving uit de gegevens van de federale statistische dienst Statbel. Die is onder meer gebaseerd op het kadaster en de aanleg van infrastructuur.

In een opiniestuk voor De Standaard betreuren de drie auteurs dat het ‘aankondigingsbeleid nooit door bindende maatregelen is verankerd’ en dat door steeds soepeler vergunningen het omgekeerde effect bereikt wordt. Grondeigenaren zijn volgens hen snel aan het bouwen geslagen, om een nakend verbod voor te zijn.

Als voorbeelden van soepeler vergunningen (‘achterpoortjes’) verwijzen ze onder meer naar de minimale criteria voor wat een ‘uitgeruste weg’ genoemd wordt en naar de mogelijkheid om gebouwen in agrarisch gebied om te vormen tot een woning zonder landbouwfunctie, een horecazaak of een aannemersbedrijf.

Miljarden aan vergoedingen

Een halt toeroepen aan bouwen binnen de bestemmingsplannen in de open ruimte zal miljarden aan vergoedingen kosten aan de eigenaren (‘planschade’). ‘Zou de overheid dat geld niet beter besteden door er de stedelijke kernen aantrekkelijker mee te maken, zodat de mensen niet eens meer op de buiten wíllen gaan wonen?’, vraagt Tom Coppens (UAntwerpen) zich af. Op de vraag hoe een bouwstop dan wel gerealiseerd kan worden, daar moet ook Coppens het antwoord schuldig blijven. ‘Alle scenario’s liggen moeilijk. We hebben voorgesteld om het gewestplan te laten uitdoven, maar ook dat zal pijnlijke kanten hebben.’

De bouwsector relativeert bij monde van Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) de toename. ‘Wij rekenen met de bebouwde percelen in plaats van met bodemgebruik. Ook daar zien we een stijging in 2016 en 2017, zij het een kleinere, van 4,5 hectare in 2015 naar 5,4 in 2016 en 5,6 in 2017.’ Bebouwing en ruimtegebruik vertonen overigens nagenoeg dezelfde trend. Tom Coppens zegt dat bodemgebruik aspecten bevat die niet in het kadaster staan, zoals wegen en stortplaatsen. ‘De bodembezetting stijgt sneller dan het kadaster, doordat de infrastructuur voor wegen en vervoer sterk is toegenomen.’

2017 vertoont een opwaartse knik, maar Marc Dillen beklemtoont dat de trend op de langere termijn dalend is. ‘Begin jaren negentig ging er 13 hectare per dag voor de bijl. Het aantal ­beschikbare bouwgronden is ruimtelijk sowieso beperkt, dus in de toekomst zal het vanzelf ooit nul zijn. Een bouwstop kan dat punt alleen wat versnellen.’

Dat de grondeigenaren snel aan het bouwen geslagen zijn, kan Dillen niet bevestigen. ‘Het aantal vergunningen is gestegen in 2016 maar gedaald in 2017. We zien minder aanvragen voor gezins­woningen en meer voor appartementen. Die laatste zijn alvast een efficiënter gebruik van de ruimte.’