Recht op leefloon hangt af van attitude OCMW-medewerker
Foto: belga
Sociaal werkers beoordelen leefloners soms subjectief. Wie kritisch is over de welvaartsstaat, is strenger bij de toekenning van het leefloon.

140.000 Belgen ontvingen vorig jaar een leefloon van het OCMW. De toekenning daarvan gebeurt op basis van objectieve criteria zoals leeftijd en inkomen. Maar de wet laat  ruimte voor interpretatie – vooral als het gaat over de ‘werkbereidheid’ van kandidaten. Maken die dan overal niet evenveel kans om een leefloon te ontvangen?

Neen, blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Marjolijn De Wilde (UAntwerpen). Zij legde 600 sociaal werkers uit 89 OCMW’s in Vlaanderen enkele cases voor en vroeg of deze cliënten een leefloon zouden krijgen. Waar de ene zonder twijfel het leefloon toekende, kreeg de cliënt van andere sociaal werkers slechts zeventig procent kans. Op de vraag of iemand zijn leefloon zou behouden nadat hij een werkaanbod had geweigerd, varieerden de antwoorden van 29 tot 76 procent.

De verklaring voor die variatie, zegt De Wilde, ‘zijn de verschillende attitudes van sociaal werkers over de welvaartsstaat’. ‘Zij die vinden dat een uitkering mensen lui maakt, of dat zwartwerk absoluut onaanvaardbaar is, zijn sneller geneigd om geen leefloon toe te kennen, het in te trekken, of om sancties op te leggen.’ 

Bij de beoordeling van de vraag of iemand recht heeft op een leefloon, speelt dus volgens het doctoraatsonderzoek een grote mate van subjectiviteit mee. Dat is geen goede zaak, vindt De Wilde. ‘De toekenning moet gebeuren op basis van objectieve factoren.’ 

Wantrouwen

Ze pleit voor een meer ‘administratieve toekenning’ en adviseert om het criterium van werkbereidheid in eerste instantie niet in rekening te nemen. ‘Dat schrikt cliënten af en brengt van in het begin wantrouwen in de relatie.’
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) is het daar niet mee eens. ‘Als de toekenning alleen op basis van objectieve factoren zou gebeuren, heb je geen OCMW’s meer nodig’, zegt woordvoerster Nathalie Debast. ‘Het is de taak van de OCMW’s om van meetaf aan duidelijk te maken dat tegenover het recht op een leefloon, de plicht staat om samen naar oplossingen te zoeken. Het OCMW is er om hulp te bieden, dat is meer dan alleen geld ­geven.’

Een objectivering van de procedure moet er dus niet komen. ‘We moeten wel aan de slag met de vaststelling dat sociaal werkers hun denkkader laten meebepalen over wie recht heeft op een leefloon en wie niet’, zegt Debast. ‘Dat kan door nog sterker in te zetten op professionalisering en op overleg binnen de OCMW’s, zodat medewerkers zich bewust worden van hun eigen subjectiviteit.’