Hongaarse ‘slavenwet’ afgekondigd
Foto: AP

De Hongaarse president Janos Ader heeft donderdag de zogenaamde ‘slavenwet’ afgekondigd. Die houdt in dat arbeiders 400 bijkomende overuren mogen presteren per jaar, wat overeenkomt met twee maanden werk, terwijl de werkgevers drie jaar de tijd hebben om uitbetaling ervan te doen. Tegen de wet is al wekenlang groot protest.

‘De wet beperkt de rechten van de arbeiders niet’, zo laat de president, een bondgenoot van Viktor Orban, in een persbericht weten. De Fidesz-partij van premier Viktor Orban, die een tweederdemeerderheid heeft, nam begin december een controversiële wet aan die economische groei moet waarborgen door het aantal overuren in Hongaarse bedrijven te verhogen.

Het staatshoofd heeft naar eigen zeggen de amendementen op de arbeidscode bekeken die de Hongaarse parlementsleden tijdens een tumultueuze zitting op 12 december hadden goedgekeurd: ‘Ik heb vastgesteld dat er soortgelijke of zelfs striktere voorbeelden bestaan in Ierland, Groot-Brittannië, Tsjechië en Denemarken’, zo klonk het.

‘Ik heb ook het effect van de wet op de 4,5 miljoen Hongaarse werknemers onderzocht en vastgesteld dat hun rechten zeker niet beperkt worden.’

Zondagavond waren opnieuw meer dan 10.000 mensen de straat opgetrokken om tegen de regering Orban te demonstreren. Het was het vierde protest in vijf dagen tijd. De betogers roepen ‘verraders, verraders’ en ‘Orban naar de hel’ voor de deuren van het Hongaarse parlement

De ‘slavenwet’

De wet verhoogt het maximaal toegelaten aantal overuren van 250 naar 400 en geeft werkgevers drie jaar de tijd om de gemaakte overuren uit te betalen, in plaats van één jaar. Ook kunnen onderhandelingen rond overuren voortaan rechtstreeks tussen werkgevers en werknemers verlopen, zonder tussenkomst van de vak­bonden. Werknemers zullen straks niet langer overuren durven te weigeren, vrezen de bonden.

De vele protesten leggen belangrijke pijnpunten bloot van Orbans politiek: de Hongaarse arbeidsmarkt kampt met nijpende tekorten die mede veroorzaakt worden door arbeidsemigratie, maar de premier wil immigratie uiterst beperkt houden. Bovendien keert Orbans strijdleuze van de afgelopen jaren, dat Hongarije onder hem niet langer ‘een kolonie van het internationale grootkapitaal’ zou zijn, zich nu tegen hem.