Amsterdam mag de vestiging van nieuwe toeristenwinkels in de binnenstad tegenhouden. Dat is niet in strijd met Europese regels, heeft de Nederlandse Raad van State bepaald in een zaak die draaide om de opening van een kaaswinkel.

Voor het filiaal opende, verbouwde Cheese Company het pand waarin de winkel moest komen. Terwijl die werken bezig waren, besliste het stadsbestuur dat er in het centrum geen toeristenwinkels mochten bijkomen.

De stad catalogeerde Cheese Company als toeristenwinkel en besliste dat het filiaal dicht moest. Een foute inschatting, oordeelt de Raad van State nu. Die oordeelt dat de winkel wel degelijk een toeristenwinkel is. Zo is er sprake van een ‘eenzijdig aanbod van Hollandse kazen tegen forse prijzen’. Maar op het moment dat het verbod op toeristenwinkels inging, stond de winkel op het punt om open te gaan. De gemeente had de Cheese Company ook een vergunning verleend. Daarom mag de kaaswinkel openblijven.

De raad is het wel eens met de beslissing van de stad om pure toeristenwinkels te weren. Hij vindt het verbod op toeristenwinkels gerechtvaardigd, om de leefbaarheid van de stad en de diversiteit van het winkelaanbod te garanderen.