Vlaamse ministers kregen dit jaar minder schriftelijke vragen
Foto: BELGA

De Vlaamse ministers kregen het voorbije parlementair jaar (september 2017- augustus 2018) veel minder schriftelijke vragen dan het jaar ervoor. Ook het aantal interpellaties daalt verder, terwijl het aantal aangenomen ontwerpen van decreet steeg. Dat blijkt uit het jaarverslag van het Vlaams Parlement over die periode.

Het jaarverslag bevat een inhoudelijk overzicht van de parlementaire werkzaamheden met aandacht voor de belangrijkste besprekingen en documenten die zijn samengebracht rond die onderwerpen. ‘In 2017-2018 lag de focus op thema’s als alternatieve financiering, burgerparticipatie, deradicalisering, grensoverschrijdend gedrag en klimaatbeleid’, zegt voorzitter van het Vlaams Parlement Jan Peumans.

Schriftelijke vragen

De schriftelijke vragen aan alle ministers steeg van 6.410 in 2015-2016 tot 7.406 in 2016-2017. In 2017-2018 daalde het aantal vragen naar 5.652. Volgens persverantwoordelijke van het Vlaams Parlement Dirk Nuyts is er geen concreet aanwijsbare reden dat ministers minder vragen kregen dan vorig jaar.

‘In het verleden merkten ministers al op dat er te veel schriftelijke vragen waren, omdat al die vragen ook verwerkt moeten worden door de administratie’, zei Nuyts. ‘Maar ik weet niet of dat tot minder vragen geleid heeft.’

De gemeente- en provincieraadsverkiezingen zouden misschien ook een rol gespeeld kunnen hebben. ‘Het is mogelijk dat het een effect zou zijn van de gemeenteraad- en provincieraadsverkiezingen, omdat parlementsleden die ook op lokaal niveau actief zijn als gemeenteraadslid, burgemeester of schepen meer tijd hebben uitgetrokken om de verkiezingen voor te bereiden’, zegt de woordvoerder. ‘Maar er is geen concreet aanwijsbaar punt voor de daling van vragen.’

Interpellaties

Het aantal interpellaties daalde ook. In 2015-2016 waren er 19, in 2016-2017 kwamen er twee bij en steeg het aantal tot 21 en in 2017-2018 daalde het terug naar 12 interpellaties. Het aantal aangenomen ontwerpen van decreet stegen drie jaar achtereen, van 74 in 2015-2016, naar 97 in 2016-2017 en 105 in 2017-2018.

Het aantal vragen om uitleg in de commissie schommelde lichtjes. In 2015-2016 waren het er 1.798, in 2016-2017 2.000 en in 2017-2018 1.863. Het aantal actuele vragen in de plenaire vergadering bleef nagenoeg stabiel. In 2015-2016 waren het er 412, in 2016-2017 438 en in 2017-2018 434.

Het hele jaarverslag vindt u hier.