LETTERLIJK: de officiële communicatie van het parket
CEO Jean-Paul Votron en CFO Gilbert Mittler in 2007. beiden stonden op de radar van het parket in 2013. Foto: imageglobe
Hier vindt u de officiële mededeling van het parket van Brussel over de Fortis-zaak.

Voorgeschiedenis:

In oktober 2018 was het 10 jaar geleden dat er een dossier geopend werd naar de toenmalige Fortisgroep.

Er werd een gerechtelijk onderzoek gevorderd lastens de Fortisgroep, onder meer naar aanleiding van een klacht met burgerlijke partijstelling, voor feiten van:

Valsheid en gebruik van valse stukken (jaarrekening gepubliceerd in 2008 over het jaar 2007)
Oplichting
Inbreuk op de wet op de financiële markten : uitgifte van valse stukken, in casu onder meer de publicatie van de prospectus in september 2007

Voorwerp van het onderzoek:

Het onderzoek spitste zich voornamelijk toe op de periode september 2007-april 2008. In deze periode plande Fortis een kapitaalsverhoging die werd doorgevoerd in september 2007. Naar aanleiding hiervan werd een prospectus verspreid. Eén van de onderdelen daarvan was de inschatting van de impact van de zich op dat ogenblijk ontwikkelende “subprime crisis” op de cijfers van de groep. 

De gebeurtenissen die plaatsvonden in mei-september 2008 en die leidden tot de ontmanteling van de groep maakten niet het voorwerp uit van het gerechtelijk onderzoek. Deze werden wel in verschillende andere procedures  onderzocht en desgevallend gesanctioneerd.

Het gerechtelijk onderzoek uit 2008 werd meegedeeld aan het parket op 25/01/2013.

Standpunt van het parket anno 2013:

Na analyse in 2013, schenen er voldoende bezwaren uit het onderzoek naar voor te komen om verschillende individuele medewerkers en leidinggevenden van de Fortis groep en Fortis Bank te laten verwijzen naar de correctionele rechtbank voor feiten van valsheid in jaarrekening, oplichting en inbreuken op artikel 39 §1 van de wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.

Er werd op 18/02/2013 in die zin een eindvordering opgesteld waarin lastens de heren VOTRON, LIPPENS, DIERCKX, MITTLER, VERWILST, DE GOLS, MACHENIL, BOONEN en de vennootschap DOLOR de verwijzing gevraagd werd en waarin voor AGEAS, FORTIS BANK en BNP PARIBAS de buitenvervolgingstelling werd gevorderd.

 

Bijkomende onderzoeksdaden:

Op 26/09/2013 heeft de raadkamer de zaak uitgesteld nadat verzoekschriften bijkomend onderzoek werden neergelegd. Na omstandig negatief schriftelijk advies vanwege het parket heeft de onderzoeksrechter deze bijkomende onderzoeksdaden geweigerd. Hiertegen werd door verschillende inverdenkinggestelden in beroep gegaan bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Op 30/01/2014 beval de Kamer van Inbeschuldigingstelling om een groot aantal bijkomende onderzoeksdaden te laten uitvoeren.

Deze onderzoeksdaden waren afgerond tegen augustus 2016 en het dossier werd terug overgemaakt aan het parket.

 

Standpunt van het parket anno 2016:

Het parket van Brussel analyseerde eind 2016 het dossier opnieuw en nam op dat ogenblik contact met de raadslieden van de verschillende in de vordering  opgenomen partijen.

Uit deze gesprekken bleek dat in Nederland onderhandelingen opgestart waren tussen AGEAS (de rechtsopvolger van Fortis) en verschillende gedupeerden om een schikking te bekomen met de voormalige aandeelhouders in het kader van een WCAM Procedure (Wet collectieve afwikkeling massaschade). Het hele opzet hiervan was dat wie schade geleden heeft door het opdoeken van FORTIS vergoed zou worden.

De afgelopen twee jaar heeft het parket van Brussel van zeer nabij de onderhandelingen in deze procedure opgevolgd.

 

Meest recente evolutie:

In september 2018 heeft het parket van Brussel bevestiging gekregen dat een schikking werd getroffen die aanvaard werd door het Hof van Amsterdam. Die schikking moet nog definitief worden eind 2018 wanneer aan de voorwaarden gesteld door het Hof in Amsterdam voldaan is. Deze schikking houdt een vergoeding in voor de slachtoffers voor een bedrag van 1.3 miljard euro.

Wanneer deze schikking definitief is geworden, zal deze gelden ten aanzien van iedereen die er zich niet actief heeft buiten gesteld.

Vandaag heeft het parket vastgesteld dat er onvoldoende bezwaren zijn om de tenlastelegging van valsheid in jaarrekeningen en gebruik hiervan te weerhouden voor de verschillende partijen. Na een nieuwe grondige analyse van alle stukken van het strafdossier is het thans naar de inschatting van het Parket niet mogelijk om met voldoende zekerheid te kunnen stellen dat alle vereiste constitutieve elementen voor een misdrijf van valsheid in jaarrekeningen kunnen worden aangetoond. Daarbij werd rekening gehouden met de strafrechtelijke omschrijving van de tenlastelegging, de  juridische en economische gegevens van de zaak en met eerdere gerechtelijke beslissingen in binnen- en buitenland

Door het wegvallen van deze tenlastelegging, zijn volgens het parket van Brussel de andere feiten verjaard, minstens treedt de verjaring op korte termijn in.

 

Prioriteit naar de slachtoffers:

Het parket wenst te benadrukken dat het FORTIS-dossier steeds zeer actief werd opgevolgd en dat het zich de afgelopen twee jaar constructief heeft opgesteld, in die zin dat er prioriteit werd gegeven aan het vergoeden van de aandeelhouders (slachtoffers). De actieve opvolging van het dossier heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het tot stand komen van de schikking ten behoeve van de gedupeerde aandeelhouders. Deze weloverwogen houding van het Brusselse parket is mede ingegeven door de vaststelling dat slachtoffers in andere grote financiële dossiers na jarenlang procederen nooit een effectieve vergoeding hebben gekregen. Hetgeen in dit dossier wel het geval zal zijn wanneer de schikking definitief is geworden.