Topdokter luidt alarmbel: ‘Wachtlijst is onacceptabel’
Foto: Geert Van de Velde

Het Transgendercentrum van het UZ Gent kreeg in 2018 vijftig procent meer aanmeldingen binnen dan in 2017. Het Bo Van Spilbeeck-effect? Gedeeltelijk volgens diensthoofd en Topdokter Guy T’Sjoen. ‘Er was zo veel media-aandacht, het thema transgender was overal dit jaar.’

‘We tellen elk jaar het aantal aanmeldingen bij het centrum. Voor 2017 zaten we aan 287 Belgen. We krijgen elk jaar ook heel wat verwijzingen vanuit het buitenland, maar die tel ik hiervoor even niet mee. Voor 2018, en daar kunnen er natuurlijk nog een paar bijkomen want het jaar is nog niet voorbij, tellen we nu al 453 aanmeldingen.’

Al 453 mensen zochten dit jaar dus de hulp van het Transgendercentrum, maar dat betekent niet dat zij allemaal een geslachtsbevestigende operatie zullen ondergaan. ‘Sommigen hebben ook gewoon een belangrijke vraag rond genderidentiteit. Een derde van die aanmeldingen zijn van jongeren, twee derden zijn nog altijd volwassenen.’

‘Dat heeft voor ons natuurlijk enorme implicaties. Er staan nu enorm veel mensen op onze wachtlijsten. Ik heb daar zelf een grondige hekel aan maar met het huidige team, dat begin dit jaar nog is uitgebreid op onze vraag en met steun van Maggie De Block, krijgen we het niet meer gebolwerkt.’

‘De wachtlijst die we begin dit jaar volledig hadden weggewerkt, is nu aan het einde van het jaar eens zo lang. Dat komt doordat het thema transgender dit jaar geen week uit het nieuws is geweest met Topdokters, M/V/X, Girl en Bo Van Spilbeeck, maar de wachttijd is onacceptabel lang.’

Alarm

Als diensthoofd luidt T’Sjoen dan ook de alarmbel: ‘Ik moet naar de directie van mijn ziekenhuis stappen en zeggen dat we heel blij zijn dat we deze zorg kunnen aanbieden, maar dat ze nu ruim onvoldoende is voor de nood die er blijkbaar is in Vlaanderen.’

‘Daarnaast moet ik ook naar het Riziv en Maggie De Block stappen om te zeggen dat ik extra middelen nodig heb. Ik ben er heel dankbaar voor en dat heeft heel veel betekend voor veel mensen, maar het is duidelijk niet voldoende.’