België thuishaven voor Nederlandse drugsbaronnen
Nederlandse cannabis wordt in ons land geteeld. Chemisch afval van Nederlandse drugslabs wordt hier gedumpt. ‘Het is een gedeelde problematiek, die een gedeelde aanpak vergt. Die is er veel te weinig.’

Elk jaar ontmantelt de politie in ons land zo’n 1.200 cannabisplantages. Dat aantal blijft stabiel, maar de plantages worden grootschaliger. Meer dan 1.000 planten per site is geen uitzondering meer.

Ook treft de civiele bescherming steeds vaker chemisch afval aan, afkomstig uit laboratoria voor synthetische drugs. Vorig jaar ging het om 24 dumpingen, dit jaar al 45, goed voor meer dan 95 ton gevaarlijke producten voor de volksgezondheid en het milieu. Op basis van dat afval berekende de federale politie dat er in die labs 4 tot 9 ton xtc en amfetamines moet zijn geproduceerd. 36 ton coke kwam dit jaar al via de haven van Antwerpen binnen.

Constante in dit verhaal: er is bijna altijd een link met Nederland. En hoe professioneler de plantage of het lab, hoe vaker de organisatie in handen is van Nederlanders.

‘Jarenlang is gedacht dat de versterkte aanpak van drugs bij onze noorderburen tot een verschuiving zou leiden naar België’, zegt criminologe Charlotte Colman (UGent). Samen met Belgische en Nederlandse collega’s stelde ze gisteren de Dismark-studie voor aan de Belgische minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en zijn Nederlandse collega Ferdinand Grapperhaus (CDA). ‘Uit ons onderzoek blijkt dat het niet om een verschuiving, maar om een uitbreiding gaat. De criminelen zien België en Nederland als één land. Voor hen is de grens een opportuniteit: de pakkans is kleiner, ze doen aan risicospreiding en tegelijk vergroten ze de markt. Voor politie en justitie is de grens louter een hindernis.’

Dat weet Marc Vancoillie, hoofd van de Centrale Dienst Drugs bij de Federale Gerechtelijke Politie, als geen ander. Hij heeft het over Nederlandse verdachten in Belgische onderzoeken die pas na zeven maanden worden uitgeleverd. En in beslag genomen smartphones en laptops die in België aankomen wanneer een zaak al is afgesloten.

Tandeloos

‘Drugscriminaliteit is meer dan ooit professioneel, mobiel en verdeeld’, klinkt het bij de FGP. ‘Het proces – productie, stockeren, verdelen, afval dumpen – gebeurt op verschillende plaatsen. Er is duidelijk een expansie van cannabisplantages richting Wallonië. En synthetische drugslabs duiken vaker in Belgisch Limburg op.'

‘Belgen hebben zelden een hoge functie in die organisaties’, weet Colman. ‘Het zijn de Nederlanders die over het geld en de kennis beschikken. Belgische drugscriminelen gaan bij hen in opleiding. Maar in de cocaïnehandel hebben ze snel bijgeleerd. Daar zien we dat Belgen zelf netwerken beginnen op te zetten.’

Colman ziet ook nieuwe verkoopkanalen opduiken. Zo zijn call centers voor cocaïne en wietkoeriers populair. ‘Het aanbod komt naar de vraag.’

De samenwerking tussen politie, justitie en bestuur van beide landen noemt ze heel broos. ‘Het ontbreekt aan mensen, middelen en regelgeving. Het gaat hier om een gedeelde problematiek, dat vergt een gedeelde aanpak. Die is er veel te weinig.’

Minister Geens wijst erop dat er al diverse samenwerkingen bestaan, zoals Joint Investigation Teams en het Benelux-politieverdrag. ‘Er is waarschijnlijk geen enkele grensoverschrijdende regio in de wereld die meer is uitgerust met grensoverschrijdende misdaadbestrijdende mechanismen dan de Belgisch-Nederlandse regio.’ Blijft de vraag waarom die samenwerkingen zo tandeloos zijn.

Grapperhaus trekt 100 miljoen euro uit voor het bestrijden van georganiseerde misdaad in Nederland, met focus op drugsbendes. Guido Vermeiren, de Limburgse procureur, vraagt een evenredige investering in België. ‘Als we geen evenwaardige partners in de strijd zijn, zullen nog meer criminelen naar de grensstreek uitwijken. Ook Antwerpen pakt uit met het Stroomplan. Ik voel me nogal bedreigd in Limburg. En we zijn al een hotspot van drugscriminaliteit.’