Karel De Gucht sluit geen dading met fiscus
Echtpaar De Gucht ging niet in op aanbod van dading Foto: Photo News

Oud-eurocommissaris Karel De Gucht is niet ingegaan op het aanbod van de BBI om een dading te sluiten in zijn belastingzaak. Dat bleek voor de fiscale rechtbank van Gent, waar de zaak ten gronde behandeld werd.

Karel De Gucht en zijn echtgenote hebben 'bewust gelden niet aangegeven', hebben daarvoor 'een constructie opgezet' en hebben zich schuldig gemaakt aan 'belastingontduiking'. Dat pleitte de advocaat van de Belgische Staat voor de fiscale rechtbank. Volgens Bruno Cardoen, de advocaat van het echtpaar De Gucht, voerde de fiscus een 'fishing expedition' uit en is de bijkomende aanslag van bijna een miljoen euro nietig.

Al eind 2011 raakte bekend dat de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) een dossier had geopend tegen De Gucht en zijn echtgenote. In april van dit jaar bleek dat de fiscus een dading wou sluiten. Maar De Gucht en zijn echtgenote Mireille Schreurs gingen daar niet op in, zegt hun advocaat Bruno Cardoen. ‘Wij hebben voldoende argumenten om de stelling van de fiscus onderuit te halen’, zei Cardoen in april nog. ‘Wij sturen zeker niet aan op een dading. We denken dat we deze zaak zullen winnen.’

Onderzoek

De fiscus startte het onderzoek omdat de villa van het echtpaar in Toscane argwaan wekte, maar volgens de verdediging werd dat onroerend goed niet persoonlijk aangehouden, maar door een Italiaanse vennootschap naar Italiaans recht. Met een bericht van 4 februari 2010 was de BBI overgegaan tot de uitbreiding van de onderzoekstermijn van drie jaar naar zeven jaar, omdat er volgens haar aanwijzingen van fraude waren.

Doordat de fiscus uiteindelijk de rekeningen kon inkijken, werd een betwiste aandelentransactie opgemerkt. De Gucht realiseerde in 2005 een winst van 1,2 miljoen euro met het verkopen van aandelen van een zinkbedrijf, en het is op die transactie dat de fiscus een bedrag van 976.282,71 euro als bijkomend belastbaar inkomen aankondigde.

Het Gentse hof van beroep oordeelde echter dat de fiscus ten onrechte was overgegaan tot uitbreiding van de onderzoekstermijn, omdat het bericht van 4 februari 2010 onvoldoende elementen bevatte om te laten besluiten tot het bestaan van aanwijzingen van belastingontduiking.

De BBI trok naar het Hof van Cassatie en kreeg daar gelijk. Nadien bleek dat de fiscus een dading wou sluiten.