Aantal hiv-diagnoses blijft (lichtjes) dalen
Foto: AP
Zo goed als alle vroegtijdig vastgestelde hiv-patiënten werden vorig jaar succesvol behandeld. Alles heeft te maken met een snelle diagnose, zegt Sensoa.

Volgens cijfers van Sciensano, het vroegere Wetenschappelijke Instituut voor Volksgezondheid, zijn de hiv-diagnoses met 27,5 procent gedaald sinds het piekjaar 2012. In 2017 werden 890 nieuwe hiv-diagnoses vastgesteld in België, dat is 2 procent minder dan het jaar voordien. Een kwart daarvan werd vroegtijdig opgemerkt. De betrokkenen werden bijna allemaal succesvol behandeld.

Dat betekent dat ze minstens zes maanden hiv-medicatie innemen en daarna zo’n kleine hoeveelheid van het virus in hun bloed hebben dat het niet langer vastgesteld kan worden. Bijgevolg kan die persoon het virus niet overdragen via onbeschermde seks. Bij Belgische mannen die seks hebben met andere mannen en die hiv oplopen, gebeurt  de opsporing zelfs in de helft van de gevallen in een vroeg stadium.  

Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid, is tevreden met de cijfers en zegt dat de dalende trend het gevolg is van de verschillende vormen van preventie en sensibilisering rond het hiv-virus. ‘In ons land is hiv een chronische aandoening geworden’, zegt Jo Vandeurzen (CD&V), Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid. ‘Preventie blijft belangrijk.’ 

Het Vlaams expertisecentrum zegt dat het aantal hiv-testen relatief hoog blijft in België. De meeste testen worden uitgevoerd bij de leeftijdsgroep tussen 25 en 34 jaar en meer bij vrouwen dan mannen. Sensoa blijft inzetten op meer en gemakkelijke hiv-testen. Driekwart van de diagnoses gebeurt namelijk nog altijd te laat en dat is problematisch. ‘Er wordt geschat dat 2.059 mensen nog altijd met hiv leven, zonder het te weten’, zegt Boris Cruyssaert, woordvoerder van Sensoa. ‘Zij worden niet behandeld, zijn dus besmettelijk en vormen de motor van de epidemie.